Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
ernstigverwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder].
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds november 2021 in dienst als Operator Productie A. In april 2025 meldde hij zich ziek en gaf aan fysiek en mentaal uitgeput te zijn, met depressieve gevoelens, en wilde niet terugkeren naar de werkgever. Na april 2025 onttrok hij zich structureel aan contact met de werkgever en de bedrijfsarts, ondanks uitnodigingen voor gesprekken.
De werkgever stopte per 1 juli 2025 met loonbetaling en verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen van de werknemer (e-grond). De werknemer verscheen niet in de procedure en betwistte de stellingen niet.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer verwijtbaar handelt door het structureel vermijden van contact en medewerking aan re-integratie, maar vanwege zijn vermoedelijk slechte psychische toestand kan niet worden vastgesteld dat de gedragingen hem in ernstige mate kunnen worden toegerekend. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn, eindigend op 1 februari 2026.
De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €813,00. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2026 wegens verwijtbaar handelen van de werknemer, met inachtneming van de opzegtermijn.