ECLI:NL:RBROT:2025:15272
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late aanvraag compensatie Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres diende op 22 mei 2024 een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), die door de Dienst Toeslagen werd afgewezen wegens overschrijding van de uiterste aanmeldtermijn van 2 januari 2024. Eiseres voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder langdurige depressieve klachten, het overlijden van naasten, schuldenproblematiek en een verblijf in Suriname, haar belemmerden tijdig een aanvraag te doen.
De Dienst Toeslagen stelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat eiseres niet medisch was behandeld in 2023 en zij voldoende bekend was met de hersteloperatie. De rechtbank oordeelde echter dat de persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder haar psychische gesteldheid en financiële situatie, voldoende aannemelijk maken dat zij redelijkerwijs niet in staat was tijdig een aanvraag te doen.
De rechtbank benadrukte dat de hardheidsclausule in deze bijzondere regeling ruim moet worden toegepast en dat de Dienst Toeslagen in de praktijk ook niet terughoudend is. De termijnoverschrijding van 4,5 maand is in het licht van de omstandigheden verschoonbaar. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de Dienst Toeslagen binnen zes weken een inhoudelijke beslissing moet nemen op de aanvraag.
Daarnaast werd de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige individuele toetsing van termijnoverschrijdingen in het kader van de Wht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt herbeoordeling van de compensatieaanvraag met toepassing van de hardheidsclausule.