Eiser werd op 30 november 2024 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 1115 µg/l, wat leidde tot een onderzoek door het CBR naar zijn rijgeschiktheid. De psychiater concludeerde op 7 januari 2025 dat er aanwijzingen zijn voor alcoholmisbruik. Het CBR verklaarde het rijbewijs ongeldig per 11 maart 2025.
Eiser voerde aan dat het CBR hem ten onrechte niet in bezwaar heeft gehoord en dat het psychiatrisch rapport gebreken vertoont. De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht heeft afgezien van het horen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en het rapport niet inhoudelijk tegenstrijdig of onvoldoende concludent is.
De rechtbank benadrukt dat het diagnosticeren van alcoholmisbruik in het kader van CBR-keuringen een beschrijvende diagnose is, waarbij geen strikte DSM-5 classificatie vereist is. De hoge alcoholtolerantie van eiser en het ontbreken van eerdere aanhoudingen sluiten alcoholmisbruik niet uit.
Verder is het besluit van het CBR niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat het zwaarwegende algemeen belang van verkeersveiligheid prevaleert boven het persoonlijk belang van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser zijn rijbewijs niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.