Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
Polo Supermarkt B.V., uit Rotterdam, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Kamerstukken II1993/94, 23574, nr. 3, p. 13). Of sprake is van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding is daarbij niet relevant. Het feit dat in opdracht of ten dienste van een werkgever arbeid wordt verricht, is voor het feitelijk werkgeverschap al voldoende (zie
Kamerstukken II1993/94, 23574, nr. 5, p. 2). Instemming met, respectievelijk wetenschap van, arbeid is voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav niet vereist. Het begrip ‘arbeid te laten verrichten’ impliceert ook geen actieve rol. Het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan wordt ook opgevat als het laten verrichten van arbeid (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2364). De aard, omvang en duur van de werkzaamheden doen niet ter zake. Helpen is dus ook arbeid in de zin van de Wav. Het is ook niet vereist dat de werkzaamheden een zekere tijd hebben voortgeduurd.