De werknemer is sinds januari 2022 in dienst bij RTD en meldde zich ziek in januari 2024. RTD stelde dat de werknemer niet voldeed aan zijn re-integratieverplichtingen, waaronder het onbereikbaar zijn en het niet verschijnen op afspraken bij de bedrijfsarts. Het UWV oordeelde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
RTD verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen (e-grond) en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). De werknemer erkende het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen, maar stelde dat hem daarvan geen verwijt kon worden gemaakt vanwege een medisch substraat.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer zonder gegronde reden niet meewerkte aan zijn re-integratie, dat RTD aan alle wettelijke vereisten had voldaan, en dat er geen opzegverbod gold. De ontbinding wordt uitgesproken per 19 februari 2025, zonder transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen. De partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.