ECLI:NL:RBROT:2025:2125

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
11290964 CV EXPL 24-22140
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering achterstallig salaris en eindafrekening toegewezen tegen werkgever Currentwerkt B.V.

Eiseres heeft van eind juni 2023 tot eind juni 2024 bij Currentwerkt B.V. gewerkt en vordert betaling van € 6.215,12 netto aan achterstallig salaris plus wettelijke verhoging, alsmede afgifte van salarisspecificaties en een eindafrekening.

Currentwerkt erkent een schuld, maar betwist de hoogte en wijst op haar moeilijke financiële situatie, waarbij zij bereid is 20% van het gevorderde te betalen en de gevraagde salarisstroken en eindafrekening te verstrekken.

Op de zitting komen partijen overeen dat € 3.481,72 netto aan achterstallig salaris verschuldigd is. De kantonrechter wijst dit bedrag toe en matigt de wettelijke verhoging tot 30% vanwege de financiële situatie van Currentwerkt. De vordering tot afgifte van de eindspecificatie wordt toegewezen, maar de dwangsom wordt afgewezen vanwege toezeggingen.

De proceskosten worden begroot op € 1.039,42 en komen voor rekening van Currentwerkt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Currentwerkt B.V. wordt veroordeeld tot betaling van € 3.481,72 netto achterstallig salaris met 30% wettelijke verhoging en verstrekking van een eindafrekening.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11290964 CV EXPL 24-22140
datum uitspraak: 14 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. O. Lenselink,
tegen
Currentwerkt B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. C. Brandt.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘Currentwerkt’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 augustus 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van 3 januari 2025 van [eiseres], met bijlagen.
1.2.
Op 16 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [eiseres] en de gemachtigde;
  • namens Currentwerkt, de gemachtigde.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft vanaf eind juni 2023 tot eind juni 2024 voor Currentwerkt gewerkt. [eiseres] stelt dat Currentwerkt niet het volledige salaris waar [eiseres] recht op had aan haar heeft uitbetaald. In deze procedure vordert zij een bedrag van € 6.215,12 netto aan achterstallig salaris, alsmede de wettelijke verhoging daarover. Ook vordert zij afgifte van salarisspecificaties over de maanden december 2023 en juni 2024 en een eindafrekening, op straffe van een dwangsom.
2.2.
Currentwerkt erkent dat zij nog een bedrag aan salaris aan [eiseres] moet betalen, maar volgens haar dat is een lager bedrag dan wat [eiseres] nu vordert. Currentwerkt verkeert momenteel in een moeilijke financiële situatie. Ze is bezig met het sluiten van een akkoord met diverse crediteuren. Currentwerkt is bereid om 20% van het gevorderde aan [eiseres] te betalen en daarvoor met [eiseres] een regeling te treffen. Inmiddels heeft Currentwerkt de gevorderde salarisstroken aan [eiseres] verstrekt en zij is ook bereid de eindafrekening aan haar te verstrekken.
Achterstallig salaris
2.3.
Op de zitting zijn partijen het erover eens geworden dat Currentwerkt nog een bedrag van € 3.481,72 netto aan achterstallig salaris aan [eiseres] moet betalen. Dit bedrag wordt toegewezen.
Wettelijke verhoging
2.4.
Currentwerkt heeft niet betwist dat de wettelijke verhoging verschuldigd is. Gelet op de financiële omstandigheden van Currentwerkt zal de kantonrechter het bedrag van de wettelijke verhoging matigen tot 30% van het bedrag van het achterstallige salaris.
Salarisspecificaties en eindspecificatie
2.5.
Currentwerkt heeft de ontbrekende salarisspecificaties inmiddels verstrekt, zodat [eiseres] geen belang meer heeft bij een veroordeling tot afgifte daarvan. Currentwerkt heeft erkend dat zij ook een eindspecificatie moet verstrekken en zij heeft zich daartoe ook bereid verklaard. De vordering tot afgifte van de eindspecificatie wordt toegewezen.
2.6.
Gezien de bovengenoemde toezegging op de zitting ziet de kantonrechter geen reden om de dwangsom toe te wijzen. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van Currentwerkt, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Currentwerkt aan [eiseres] moet betalen op € 139,42 aan dagvaardingskosten, € 87,- aan griffierecht, € 678,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.039,42. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Currentwerkt daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Currentwerkt om aan [eiseres] te betalen € 3.481,72 netto, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 30% zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro over dat achterstallige salaris;
3.2.
veroordeelt Currentwerkt om aan [eiseres] een eindafrekening te verstrekken;
3.3.
veroordeelt Currentwerkt in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.039,42 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
821