ECLI:NL:RBROT:2025:2248
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldovername wegens niet-opeisbare schuld onder Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor de overname van een persoonlijke lening ter hoogte van € 22.000,- die zij had afgesloten om bestaande schulden af te lossen. De minister van Financiën heeft deze aanvraag afgewezen omdat de schuld niet opeisbaar was geworden vóór de wettelijke peildatum 1 juni 2021, een vereiste onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Eiseres betoogde dat zij door haar keuze om schulden af te lossen met een lening in plaats van betalingsachterstanden te laten ontstaan, onevenredig werd benadeeld en dat de schuld volgens haar op grond van artikel 6:38 BW Pro direct opeisbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat deze bepaling niet van toepassing is op geldleningen met overeengekomen aflossingsschema's en dat opeisbaarheid pas ontstaat bij het niet nakomen van betalingstermijnen. De minister had vastgesteld dat er geen betalingsachterstanden waren vóór 1 juni 2021.
Eiseres voerde ook aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege haar bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelde vast dat de wetgever bewust strikte voorwaarden heeft gesteld om het doel van de regeling te waarborgen en dat er geen sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de schuld niet heeft overgenomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van schuldovername wordt ongegrond verklaard omdat de schuld niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021 en de hardheidsclausule niet van toepassing is.