Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van verzoekers van 28 december 2024;
- de e-mails in de periode van 30 december 2024 tot en met 6 januari 2025 tussen de algemeen secretaris van de wrakingskamer en verzoekers.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een lopende civiele kortgedingprocedure. Volgens de wet is in deze hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging van toepassing, wat inhoudt dat verzoekers het wrakingsverzoek via een advocaat moesten indienen.
De rechtbank stelde verzoekers in de gelegenheid om het verzoek alsnog door een advocaat te laten indienen, maar zij maakten geen gebruik van deze mogelijkheid en bleven zichzelf vertegenwoordigen. Hierdoor werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2025. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken verplichte advocaat.