De werknemer was sinds 2010 in dienst bij Sloopwerken van Schie B.V. en werkte parttime sinds 2019. Op 21 oktober 2024 werd zij op staande voet ontslagen omdat zij tijdens werktijd werkzaamheden verrichtte voor het bedrijf van haar partner en zichzelf teveel vakantiedagen toekende.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag geldig is omdat er sprake is van een dringende reden. De werknemer verrichtte structureel werkzaamheden voor het andere bedrijf tijdens werktijd, wat een grove schending van haar verplichtingen vormt. Er was geen toestemming van de werkgever voor deze nevenactiviteiten. Daarnaast hield zij onterecht 25 vakantiedagen aan terwijl zij parttime werkte en slechts recht had op 15 dagen.
De werkgever heeft het ontslag onverwijld opgezegd en de reden direct meegedeeld. De verzoeken van de werknemer tot vernietiging van het ontslag, doorbetaling van loon en toekenning van een transitievergoeding worden afgewezen vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
De werkgever vordert terugbetaling van teveel ontvangen salaris en onterecht opgenomen verlofuren, waarvan het salarisgedeelte wordt toegewezen. De gevorderde gefixeerde schadevergoeding en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €8.177,49 netto-equivalent en de proceskosten van €949,- met wettelijke rente. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.