ECLI:NL:RBROT:2025:3468
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar bijzondere bijstand advocaatkosten
Eiser heeft bijzondere bijstand voor advocaatkosten aangevraagd, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat hij niet binnen de gestelde termijn van drie maanden na dagtekening van de nota de bijstand had aangevraagd.
Eiser maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, maar diende geen gronden van bezwaar in binnen de door het college gestelde termijn, ondanks een schriftelijke aanmaning. Het college verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk.
In het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft eiser geen gronden aangevoerd tegen deze beslissing, maar slechts inhoudelijke bezwaren tegen het primaire besluit. De rechtbank oordeelt dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien eiser geen omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die het verzuim rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.