Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om de bijstandsuitkering met ingang van 12 april 2024 toe te kennen, terwijl zij een eerdere ingangsdatum wenste. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of bijzondere omstandigheden een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege ernstige medische problemen en foutieve informatie van het UWV niet eerder contact kon opnemen en dat de bijstand daarom per 8 september 2023 of ten minste per 22 februari 2024 had moeten ingaan. Het college stelde dat de ingangsdatum terecht op 12 april 2024 is vastgesteld, omdat dit de datum van eerste melding bij het college is en er geen bijzondere omstandigheden zijn.
De rechtbank concludeerde dat de verantwoordelijkheid voor tijdige melding bij eiseres lag en dat de verstreken maanden na het eerste contact met het UWV niet aannemelijk maken dat zij niet eerder actie had kunnen ondernemen. Ook was er onvoldoende bewijs dat de informatie van het UWV een eerdere ingangsdatum rechtvaardigde. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de ingangsdatum 12 april 2024 gehandhaafd.