Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 mei 2024, met een incidentele eis ex artikel 843a Rv, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), antwoord in het incident ex artikel 843a Rv en incidentele eis tot onbevoegdheid, met bijlagen;
- het antwoord in het bevoegdheidsincident;
- het vonnis van 6 september 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- het antwoord in reconventie, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [eiser] ;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] (uitsluitend pagina 2).
2.De beoordeling
48 uur) ongeoorloofd afwezig is geweest. Dat geldt niet voor de resterende periode van 18 tot en met 30 oktober 2022. Dat [eiser] in die periode geen arbeid meer voor [gedaagde] heeft verricht is door [eiser] betwist en door [gedaagde] onvoldoende onderbouwd.
16 uur) en van 13 tot en met 19 december 2022 (in totaal 5 werkdagen, oftewel
40 uur) sprake was van ongeoorloofd verzuim van [eiser] . Ten aanzien van de rest van de genoemde periode (dat wil zeggen van 1 tot en met 17 november 2022, 22 november tot en met 12 december 2022 en 20 tot en met 31 december 2022) heeft [gedaagde] onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd, waaruit kan worden geconcludeerd dat [eiser] ongeoorloofd afwezig is geweest.
64 uur) en van 9 tot en met 24 maart 2023 (in totaal 12 werkdagen oftewel
96 uur) ongeoorloofd afwezig is geweest.
120 uur) ongeoorloofd afwezig is geweest.
3.De beslissing
woensdag 16 april 2025 om 10.00 uur;