ECLI:NL:RBROT:2025:4321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld onroerend goed in het buitenland
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn bijstandsuitkering in te trekken en terug te vorderen over de periode 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2020, omdat hij onroerend goed in Algerije zou bezitten en daaruit huurinkomsten ontvangt.
Het college baseerde het besluit op een anonieme melding en een onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude Informatie (IBF), waaruit bleek dat eiser een bedrijfspand in Algerije bezit dat sinds 2018 wordt verhuurd. Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, de documenten vervalst en dat het pand niet getaxeerd was.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht uitgaat van de authenticiteit van de koop- en huurakte en dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door het bezit niet te melden. De koopsom is een redelijke waardebepaling en de terugvordering is niet onredelijk verlengd door het onderzoek. Ook is rekening gehouden met de beslagvrije voet.
De beroepsgronden van eiser worden verworpen en het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.