ECLI:NL:RBROT:2025:4561
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Verzoekster heeft zich gemeld voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af omdat zij voldoende zelfredzaam is. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster, ondanks problemen met haar ex-partner die pestgedrag vertoont, in staat is zich zelfstandig te handhaven in de samenleving en zelf in onderdak te voorzien. Het college heeft een zorgvuldig onderzoek verricht, waarbij advies werd ingewonnen bij het Expertise Team Zorg en Veilig Thuis Rotterdam. Er is geen sprake van acute dakloosheid of intiem terreur.
De voorzieningenrechter volgt het college in haar standpunt dat verzoekster geen recht heeft op opvang onder de Wmo, omdat haar situatie vooral een huisvestingsprobleem betreft en de Wmo niet bedoeld is om dit op te lossen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat toepassing van de hardheidsclausule of het evenredigheidsbeginsel tot een andere uitkomst leidt.
De beslissing is dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster voldoende zelfredzaam is.