Eiser, eigenaar van een eenmanszaak, heeft een aanvraag ingediend voor nadeelcompensatie omdat hij door wegwerkzaamheden in de nabijheid van zijn bedrijfspand gedurende enkele maanden dagelijks twee uur extra moest werken. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af, omdat niet objectief vaststaat dat eiser daadwerkelijk schade heeft geleden die boven het normaal maatschappelijk risico uitgaat.
De SAOZ, een onafhankelijk adviesbureau, bracht een advies uit waarin werd geconcludeerd dat onvoldoende bewijs is geleverd voor de omvang van de schade. Eiser stelde een schadebedrag van € 39.600,-, maar kon dit niet onderbouwen met objectieve gegevens zoals urenregistraties. De deskundige rekende met een uurloon van € 43,30 en kwam uit op een schade van € 9.526,-, wat onder het door het college gehanteerde normaal maatschappelijk risico van 8% van de jaaromzet valt.
De rechtbank bevestigt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om het verzoek toe te wijzen. Hoewel het begrijpelijk is dat eiser geen urenregistratie bijhield, zijn er strenge eisen aan bewijs vanwege het gebruik van gemeenschapsgeld. Het college mocht ook het normaal maatschappelijk risico toepassen op basis van de omzet van 2022. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, waardoor hij geen vergoeding ontvangt en ook geen griffierecht of proceskosten terugkrijgt.