ECLI:NL:RBROT:2025:5020

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 april 2025
Publicatiedatum
25 april 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000304054:B001
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 sub a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning hogere beloning bewindvoerder na acceptatie nulaanbod bij bewind wegens lichamelijke of geestelijke grond

Bij beschikking van 2 oktober 2023 is bewind ingesteld wegens een lichamelijke of geestelijke grond, waarbij ook sprake was van problematische schulden. De bewindvoerder ontving aanvankelijk het hoge schuldentarief. Op 10 december 2024 werd dit tarief verlaagd naar het basistarief nadat betrokkene schuldenvrij werd door acceptatie van een nulaanbod.

De bewindvoerder verzocht om herinvoering van het hoge tarief vanaf 1 december 2024, stellende dat de werkzaamheden voorafgaand aan de schuldenregeling vergelijkbaar waren met die in een eerdere zaak waarin een hogere beloning werd toegekend. De kantonrechter oordeelde dat het uitgangspunt dat de hogere beloning eindigt bij schuldenvrijheid onvoldoende recht doet aan de systematiek van de Regeling beloning.

De kantonrechter stelde dat een hogere beloning voor maximaal 24 maanden na aanvang bewind passend is om de werkzaamheden in de periode voor het nulaanbod adequaat te compenseren, ook bij bewind wegens lichamelijke of geestelijke grond. Dit sluit aan bij het voornemen van de wetgever tot invoering van een doorstroombeloning.

De kantonrechter kende daarom vanaf 1 december 2024 nog 10 maanden het hoge tarief toe, waarna vanaf 1 oktober 2025 het basistarief geldt. Het verzoek tot meer of anders werd afgewezen.

Uitkomst: De bewindvoerder krijgt een hogere beloning toegekend voor 10 maanden vanaf 1 december 2024, daarna geldt het basistarief.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Toezicht
Locatie Rotterdam
toezichtnummer
:
[nummer 1]
CBM-nummer
:
[nummer 2]
beschikkingsnummer
:
[nummer 3]
datum
:
25 april 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:

[verzoeker] ., [adres 1] , [postcode 1] [plaats] ,Kamer van Koophandel-nummer [KvK-nummer] ,

hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,wonende te [adres 2] , [postcode 2] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procesverloop

Bij beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 2 oktober 2023 is bewind ingesteld vanwege een lichamelijke of geestelijke grond. Hiernaast was ook sprake van problematische schulden. De jaarbeloning is vastgesteld conform het hoge ‘schulden’ tarief.
Bij beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 10 december 2024 is het schuldentarief met ingang van 1 december 2024 bijgesteld naar het basistarief.
Op 24 maart 2025 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend om per 1 december 2024 weer het hoge tarief in rekening te mogen brengen.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

De bewindvoerder vraagt om de jaarbeloning met ingang van 1 december 2024 vast te stellen conform artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Dit is het hoge tarief, dat geldt voor schuldenbewinden. De bewindvoerder doet daarbij een beroep op de uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2025:1085). Hoewel in die zaak sprake is van een andere grondslag voor het bewind, is de bewindvoerder van mening dat de werkzaamheden voorafgaand aan de schuldenregeling dezelfde zijn en dat zij om die reden alsnog aanspraak maakt op het hoge tarief over de periode van 1 december 2024 tot en met 30 november 2025.
De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek gedeeltelijk toewijzen. De reden daarvoor is al volgt.
De uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant waarnaar de bewindvoerder verwijst gaat over een bewind dat is ingesteld wegens problematische schulden. De bewindvoerder heeft veel werk gedaan in verband met de problematische schuldensituatie. Vervolgens is betrokkene, relatief kort na de start van het bewind, door het accepteren van een nulaanbod direct schuldenvrij geworden. Als gevolg daarvan mist de bewindvoerder inkomsten omdat het schuldentarief hierdoor maar kort van toepassing is geweest. In die uitspraak is geoordeeld dat de bewindvoerder in het voortraject (waarin betrokkene naar het nulaanbod is toegeleid en de bewindvoerder in een relatief korte periode veel werk heeft verricht in verband met de problematische schulden) onvoldoende wordt gecompenseerd voor zijn werk, doordat de bewindvoerder gedurende slechts 6 maanden het hoge tarief in rekening kon brengen.
In deze zaak gaat het (anders dan in de door de bewindvoerder aangehaalde uitspraak) om een bewind op grond van een lichamelijk of geestelijke toestand. De bewindvoerder heeft vanaf de start van het bewind op 3 oktober 2023 het hoge tarief ontvangen, omdat eveneens sprake was van problematische schulden. Nadat in december 2024 de schuldhulpverlening bij de Kredietbank per direct is geëindigd, al zijn schulden zijn afgeboekt en betrokkene schuldenvrij was, is het tarief per 1 december 2024 op verzoek van de bewindvoerder aangepast naar het lage tarief.
De kantonrechter is van oordeel dat het uitgangspunt dat de hogere beloning bij problematische schulden eindigt op het moment dat betrokkene schuldenvrij is, omdat het nulaanbod wordt geaccepteerd, onvoldoende recht doet aan de systematiek van de Regeling beloning. Het beroep van de bewindvoerder op de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant gaat in zoverre op.
De kantonrechter meent dat een beloning aan de bewindvoerder moet worden toegekend die het mogelijk maakt te voorzien in een adequate vergoeding ook voor de werkzaamheden die in de periode voor het nulaanbod door de bewindvoerder zijn verricht. De kantonrechter vindt dat een periode van maximaal 24 maanden waarin het hogere tarief in rekening kan worden gebracht in de gegeven situatie recht doet aan de werkzaamheden die door de bewindvoerder, ook als sprake is van een bewind wegens lichamelijk of geestelijke toestand, in combinatie met problematische schulden, in het geval van een geaccepteerd nulaanbod gerekend vanaf de aanvang van het bewind zijn verricht.
Een dergelijke tijdelijke hogere beloning past naar het oordeel van de kantonrechter ook bij het voornemen van de wetgever om een doorstroombeloning toe te voegen aan de huidige forfaitaire vergoedingen van de beschermingsbewindvoerder, met als achtergrond dat deze beloning de verkorting van het schuldenbewind (gedeeltelijk) compenseert als iemand sneller doorstroomt naar schuldhulpverlening (Kamerbrief 26 april 3036, 24 515 nr 795).
Omdat het hoge tarief in deze zaak slechts 14 maanden van kracht is geweest, zal de kantonrechter in dit geval vanaf 1 december 2024 nog 10 maanden beloning toekennen tegen het hoge tarief.

Beslissing

De kantonrechter:
wijst het verzoek toe en kent aan de bewindvoerder de beloning toe op grond van artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren voor de duur van 10 maanden gerekend vanaf 1 december 2024;
stelt de jaarbeloning vast conform artikel 3 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vanaf 1 oktober 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.