ECLI:NL:RBROT:2025:6266
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- P.G.J. van den Berg
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van IVA-uitkering bij hulpbehoevendheid en oppassing
Eiser ontvangt sinds 2014 een IVA-uitkering en heeft vanwege toegenomen klachten een verzoek ingediend tot verhoging van zijn uitkering. Na onderzoek concludeerde een verzekeringsarts dat eiser hulp nodig heeft bij sommige essentiële, dagelijks terugkerende levensverrichtingen en dat sprake is van geregelde handreikingen, maar geen continue oppassing noodzakelijk is.
Het UWV verhoogde de uitkering naar 85%, maar wees een verdere verhoging tot 100% af. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat hij toezicht en hulp bij alle activiteiten nodig heeft.
De rechtbank oordeelt dat eiser inderdaad hulp nodig heeft, maar dat dit beperkt is tot sommige essentiële levensverrichtingen en geregelde handreikingen. Er is geen bewijs dat eiser hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiële levensverrichtingen of dat continue oppassing noodzakelijk is. Ook de financiële noodzaak voor hulpmiddelen is geen grond voor verhoging.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV alsnog tijdig heeft beslist. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De IVA-uitkering van eiser wordt niet verhoogd tot 100% wegens onvoldoende hulpbehoevendheid.