ECLI:NL:RBROT:2025:6430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurschuld wegens ontbreken dringende redenen
Eiser, een AOW-gerechtigde met een (klein) pensioen en een AIO-aanvulling, vroeg bijzondere bijstand aan voor een huurschuld van circa €12.000,-. Het college wees de aanvraag af omdat bijzondere bijstand in beginsel niet wordt verleend voor het aflossen van schulden, tenzij er zeer dringende redenen zijn.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn leeftijd en dreigende huisuitzetting bijzondere bijstand nodig had. Hij overhandigde een vonnis van de kantonrechter waarin de huurovereenkomst was ontbonden en ontruiming was bevolen. De rechtbank oordeelde dat het college de aanvraag terecht had afgewezen, omdat niet was gebleken dat de huurschuld was ontstaan en gehandhaafd terwijl eiser onvoldoende inkomsten had. Bovendien was het onzeker of bijstand de ontruiming kon voorkomen.
Daarnaast stelde het college dat eiser eerst een schuldregeling of schuldhulpverlening moest proberen, wat eiser weigerde. De rechtbank vond dat het college dit beleid terecht kon hanteren, omdat een schuldhulpverleningstraject de beste manier is om financiële problemen structureel aan te pakken. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op bijzondere bijstand voor zijn huurschuld.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor zijn huurschuld wordt ongegrond verklaard.