ECLI:NL:RBROT:2025:7644
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid bezwaar tegen BIZ-aanslag en vergoeding griffierecht
Eiseres maakte bezwaar tegen een BIZ-aanslag van € 500,- voor het jaar 2023, opgelegd door de heffingsambtenaar. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank onderzocht of dit oordeel terecht was, waarbij de termijn voor het indienen van het bezwaar zes weken na dagtekening van de aanslag was.
Eiseres stelde dat het bezwaar tijdig was verzonden, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar niet tijdig was ingediend. Wel oordeelde de rechtbank dat de heffingsambtenaar onzorgvuldig had gehandeld door niet te vragen naar de reden van de termijnoverschrijding, maar dat dit geen ander resultaat in de bezwaarprocedure zou hebben gegeven.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, maar bepaalde dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres moest vergoeden. De rechtbank kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar zelf.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard, maar het betaalde griffierecht wordt vergoed.