Eiseres kreeg op 2 juni 2021 toestemming van de korpschef om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Deze toestemming werd op 26 september 2023 ingetrokken nadat eiseres op 24 februari 2023 werd aangehouden wegens rijden onder invloed van alcohol, cannabis en cocaïne. De korpschef oordeelde dat eiseres onvoldoende betrouwbaar is voor beveiligingswerkzaamheden.
Eiseres betwistte de intrekking en voerde aan dat zij ten onrechte geen toegang tot een advocaat kreeg en dat de onschuldpresumptie werd geschonden. De rechtbank oordeelde dat de korpschef beoordelingsruimte heeft en dat het rijden onder invloed een ernstige aantasting van de rechtsorde vormt die twijfel aan betrouwbaarheid rechtvaardigt. De onschuldpresumptie werd niet geschonden omdat de korpschef slechts een vermoeden van schuld aannam.
Verder stelde eiseres dat de beleidsregels onevenredig zijn en dat het besluit disproportioneel is gezien haar positieve werkverleden en financiële gevolgen. De rechtbank vond de intrekking noodzakelijk en proportioneel gezien de ernst van de feiten en het belang van betrouwbare veiligheidszorg. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt haar beveiligingspas niet terug.