ECLI:NL:RVS:2021:225
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na verkeersovertredingen
Een beveiligingsbedrijf verzocht de korpschef van politie om toestemming om appellant als beveiliger in te zetten. De korpschef weigerde deze toestemming omdat appellant niet beschikte over de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid. Dit was gebaseerd op twee verkeersovertredingen: rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs, waarvoor appellant strafrechtelijk was veroordeeld.
Appellant stelde in hoger beroep dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, omdat de omstandigheden van de overtredingen meevielen, hij spijt had, de taakstraf had afgerond en inmiddels zijn rijbewijs had teruggekregen. Ook wees hij op het belang van het kunnen onderhouden van zijn gezin.
De Raad van State oordeelde dat de korpschef terecht twijfels had over de betrouwbaarheid en integriteit van appellant, mede vanwege de ernst van de overtredingen en het korte tijdsverloop tussen de feiten en de aanvraag. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat de betrouwbaarheid onvoldoende was aangetoond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden bevestigd.