Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- de heer [persoon A] , zoon van verzoekers;
- mevrouw N. Baycuman en de heer S. Rahim, beschermingsbewindvoerders;
- mevrouw [persoon B] , schuldhulpverlener.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Het aanbod omvatte een betaling van een percentage van de vorderingen aan preferente en concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en een afloscapaciteit vanuit een PW-uitkering.
De schuldeiser weigerde in te stemmen met het voorstel, stellende dat verzoekers niet voldeden aan de sollicitatieplicht en zich onvoldoende inspanden om hun afloscapaciteit te vergroten. De rechtbank oordeelde dat het aanbod niet goed en controleerbaar was gedocumenteerd en dat het voorstel onduidelijk was door tegenstrijdige informatie over een prognosevoorstel en een saneringskrediet.
Daarnaast was niet vastgesteld dat verzoekers zich maximaal hadden ingespannen, aangezien zij niet voldeden aan de verplichting om minimaal 36 uur per week te werken of te solliciteren, noch een ontheffing hadden. De belangen van de schuldeiser wogen zwaarder dan die van verzoekers en overige schuldeisers, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het bevelen van een gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende inspanningen en onduidelijkheid in het aanbod.