ECLI:NL:RBROT:2025:8814
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering herziening compensatie transitievergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op het oorspronkelijke besluit waarbij de compensatie voor de door haar betaalde transitievergoeding op nul werd vastgesteld. Het oorspronkelijke besluit stond in rechte vast omdat eiseres geen bezwaar had gemaakt. Het UWV wees het verzoek tot herziening af op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en het ontbreken van evidente onredelijkheid.
De rechtbank behandelde het beroep na een schorsing in afwachting van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een vergelijkbare zaak. De Raad oordeelde dat het niet herzien van het besluit niet evident onredelijk was, mede omdat eiseres destijds geen bezwaar had gemaakt. De rechtbank sluit zich hierbij aan en stelt dat het enkele feit dat de wetsuitleg van het UWV onjuist bleek, geen bijzondere omstandigheden oplevert die herziening rechtvaardigen.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en blijft het oorspronkelijke besluit van nulcompensatie in stand. Ook is er geen grond voor schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. De uitspraak is gedaan door rechter H. Bedee en uitgesproken op 24 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van de compensatie voor de transitievergoeding wordt ongegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit blijft in stand.