ECLI:NL:RBROT:2025:9207
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Werkgever veroordeeld tot betaling transitievergoeding met rente en proceskosten
De verzoeker heeft een procedure gestart tegen zijn voormalige werkgever wegens het niet betalen van een transitievergoeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 31 december 2024. De werkgever is niet verschenen tijdens de zitting en heeft geen schriftelijk verweer ingediend, ondanks herhaalde uitnodigingen en de mogelijkheid tot deelname via Teams.
De kantonrechter heeft de stellingen van de verzoeker, die ondersteund werden door stukken, als juist aangenomen. Op grond van artikel 7:673 BW Pro is de werkgever verplicht tot betaling van de transitievergoeding, aangezien de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV is opgezegd. De berekende vergoeding van €7.295,26, gebaseerd op het bruto maandsalaris inclusief vakantiegeld en de duur van het dienstverband, wordt toegewezen.
Daarnaast is de werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 februari 2025, conform artikel 7:686a lid 1 BW, en tot vergoeding van de proceskosten van €768. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding van €7.295,26 met rente vanaf 1 februari 2025 en proceskosten van €768.