Verzoekster exploiteert een bedrijf voor cannabisteelt in het kader van het experiment gesloten coffeeshopketen. Het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee legde haar een last onder dwangsom op wegens geuroverlast en het niet gesloten houden van toegangsdeuren, gebaseerd op het maatwerkbesluit en artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
De voorzieningenrechter stelde vast dat sprake was van geuroverlast en overtreding van het maatwerkbesluit. Verzoekster voerde aan dat de begunstigingstermijn van één week te kort was om aan de last te voldoen, mede vanwege technische en wettelijke beperkingen. Ook stelde zij dat eerdere schorsingen van een soortgelijke last onder dwangsom zich moesten uitstrekken tot het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de schorsing van de eerdere last niet doorwerkt op het nieuwe besluit, omdat het om verschillende grondslagen en overtredingen gaat. Ook is het opleggen van een tweede last onder dwangsom toegestaan bij verschillende overtredingen. De begunstigingstermijn werd verlengd tot vier weken na verzending van het vonnis, gelet op de complexiteit van het staken van de productie en het afvoeren van de cannabis. Het verzoek werd verder afgewezen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van verzoekster. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en hoger beroep is niet mogelijk.