De arbeidsovereenkomst tussen verzoekers en verweerster is voorwaardelijk ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Na het overlijden van verzoekers zijn de erven de procedure voortgezet. De kantonrechter stelt de transitievergoeding vast op €19.157,46 bruto, waarvan reeds €5.000,- voorschot is betaald, zodat nog €14.157,46 bruto resteert.
Daarnaast wordt een billijke vergoeding toegekend van €7.500,- bruto, minus een reeds betaald voorschot van €5.000,-, zodat nog €2.500,- bruto wordt uitgekeerd. De gevraagde hogere bedragen worden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en onredelijkheid.
Verder wordt verzocht om salarisspecificaties van de betalingen, wat wordt toegewezen. Kosten gemaakt voor een administratiekantoor worden afgewezen. Het tegenverzoek van verweerster tot betaling van huur en servicekosten wordt eveneens afgewezen. Verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.302,- met wettelijke rente. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.