Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift ontvangen op 6 februari 2019, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de akte van [verzoekers], met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen overgelegd ter zitting van
- de tussenbeschikking van 24 april 2019, waarin kort gezegd de verzoeken en de tegenverzoeken voor zover mogelijk beoordeeld zijn, maar de beslissing aangehouden is in afwachting van het eindarrest van Gerechtshof Den Haag in het hoger beroep van [verweerster] tegen het tussenvonnis van de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam van 18 mei 2018 in de zaak tussen partijen met zaaknummer 6485325 CV EXPL 17-40420;
- de brief van [verzoekers], waarin verzocht is om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst uit te spreken en alvast bedragen aan transitievergoeding en billijke vergoeding toegekend te krijgen;
- de reactie daarop van [verweerster];
- de tussenbeschikking van 9 december 2020;
- de brief van [verzoekers], ontvangen op 24 april 2024, met bijlagen, waaronder het eindarrest van Gerechtshof Den Haag van 7 november 2023 in voormeld hoger beroep;
- de reactie daarop van [verweerster], met bijlagen;
- de brieven over het overlijden van [verzoekers] op 8 augustus 2024, met bijlagen;
- de reacties daarop van [verweerster];
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [verzoekers].
2.De beoordeling
3.De beslissing
- tot betaling aan [verzoekers] van € 14.157,46 bruto aan transitievergoeding (zijnde het bedrag van € 19.157,46 bruto minus het bedrag van € 5.000,- bruto aan voorschot);
- tot betaling aan [verzoekers] van € 2.500,- bruto aan billijke vergoeding (zijnde het bedrag van € 7.500,- bruto minus het bedrag van € 5.000,- bruto aan voorschot);
- tot verstrekking aan [verzoekers] van een deugdelijke bruto/netto salarisspecificatie van deze betalingen met de verrekening van de bedragen die al betaald zijn;