De werknemer was sinds 7 september 2020 in dienst bij de gemeente Rotterdam. De gemeente verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair wegens disfunctioneren, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair wegens een combinatie van omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen.
Tijdens de procedure sloten partijen een vaststellingsovereenkomst, die de werknemer binnen veertien dagen ontbond door een schriftelijke verklaring. Hierdoor kwam de arbeidsovereenkomst alsnog ter ontbinding aan de orde. De kantonrechter oordeelde dat er geen opzegverbod bestond en dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden.
De kantonrechter stelde vast dat sprake was van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, onder meer door het gedrag van de werknemer, zijn beschuldigingen richting de werkgever en het niet naleven van afspraken zoals het schorsingsmoment. Herplaatsing was niet mogelijk vanwege verwijtbaar handelen van de werknemer.
De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 september 2025, rekening houdend met de opzegtermijn en procedureduur. De werknemer heeft recht op een transitievergoeding van €7.244,77 bruto, gebaseerd op het loon volgens schaal 8 trede 8 uit de cao gemeenten. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.