Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoek van verzoekster, met bijlagen;
- het verweer van verweerder;
- de schriftelijke reactie van verzoekster, met bijlage;
- de schriftelijke reactie van verweerder.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, een pgb-zorgverlener die minder dan vier dagen per week werkt, heeft zich ziek gemeld en vond dat zij recht had op 104 weken loondoorbetaling tijdens ziekte. Verweerder, haar werkgever en pgb-budgetvertegenwoordiger, betaalde echter slechts zes weken loon door, conform de Regeling Dienstverlening aan Huis. Verzoekster stelde dat de verkorte loondoorbetaling indirecte discriminatie op grond van geslacht inhoudt en in strijd is met Europees recht.
De kantonrechter oordeelde dat partijen onvoldoende belang hebben bij beantwoording van de vraag of de verkorte loondoorbetaling buiten toepassing moet blijven, omdat verzoekster waarschijnlijk recht heeft op een Ziektewetuitkering. Dit volgt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 maart 2023, die oordeelde dat pgb-zorgverleners niet mogen worden uitgesloten van verplichte werknemersverzekeringen.
De procedure wordt aangehouden om verzoekster de gelegenheid te geven een Ziektewetuitkering aan te vragen bij het UWV. Zodra het UWV een beslissing heeft genomen, kan verzoekster dit aan de kantonrechter melden, waarna verweerder schriftelijk kan reageren. De kantonrechter wijst erop dat financieel gezien verzoekster weinig verschil ondervindt tussen loondoorbetaling en een Ziektewetuitkering, omdat beide 70% van het loon dekken.
De zaak betreft de toepassing van artikel 7:629 lid 2 aanhef Pro en onder a BW en de Regeling Dienstverlening aan Huis, waarbij de wetgever een wetsvoorstel heeft ingediend om de rechten van pgb-zorgverleners te verbeteren met terugwerkende kracht per 1 januari 2026.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden om verzoekster de gelegenheid te geven een Ziektewetuitkering aan te vragen, waarna de procedure kan worden voortgezet.