De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 maart 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen besluiten van het UWV die een pgb-dienstverlener uitsloten van de WW-verzekering omdat zij minder dan vier dagen per week werkte. De Raad bevestigt dat de uitzonderingsbepaling in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW in dit geval indirecte discriminatie van vrouwen oplevert en daarom buiten toepassing moet blijven.
De betrokkene werkte als zorgverlener op basis van een persoonsgebonden budget (pgb) en had jaren waarin zij minder dan vier dagen per week werkte, die niet werden meegenomen in haar arbeidsverleden. Het UWV wees correctieverzoeken en een WW-uitkeringsaanvraag af. De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering correctie arbeidsverleden en handhaafde de afwijzing van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de wekeneis.
De CRvB oordeelt dat de uitzonderingsbepaling niet geschikt en noodzakelijk is om de doelstellingen van het stimuleren van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te bereiken voor pgb-dienstverleners. Het UWV heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat opname in de verzekering de arbeidsmarkt wezenlijk schaadt. Daarom moet het UWV het arbeidsverleden corrigeren en een nieuwe beslissing nemen over de WW-uitkering. De proceskosten worden aan het UWV opgelegd.