Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit Rotterdam, eiseres
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus ongelijk en het beroep is ongegrond.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, dakloos geworden in april 2024, had per 29 oktober 2024 een postadres geregeld en verbleef feitelijk met haar twee zonen in een door de gemeente gefinancierd hotel. Op 29 november 2024 diende zij samen met een medewerker van de gemeente een aanvraag in voor bijstand, met die datum als gewenste ingangsdatum. Het college kende de uitkering toe per 29 november 2024 en handhaafde dit besluit na bezwaar.
Eiseres voerde aan dat zij dacht pas een aanvraag te kunnen doen nadat haar oudste zoon was ingeschreven op het postadres, wat op 29 november 2024 gebeurde. Zij stelde dat de gemeente op de hoogte was van haar situatie en dat een medewerker haar had geïnformeerd dat zij pas op die datum kon aanvragen. Ook verwees zij naar een advies van een wijkteammedewerker die vond dat de uitkering per 29 oktober 2024 moest ingaan, en naar jurisprudentie en wetsvoorstellen die maatwerk mogelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet bepaalt dat bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet vóór de datum van melding of aanvraag. Afwijking is alleen mogelijk bij bijzondere omstandigheden, zoals het niet kunnen melden of aanvragen door de betrokkene of belemmering door het college. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden aanwezig. Onwetendheid over de aanvraagdatum, het feit dat de gemeente haar situatie kende, of het advies van het wijkteam vormen geen grond voor een eerdere ingangsdatum.
De stelling dat een medewerker haar had geïnformeerd over de aanvraagdatum werd onbespreekbaar verklaard wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank wees ook het beroep op jurisprudentie en wetsvoorstellen af omdat die niet vergelijkbaar of nog niet van kracht waren. Het college had het besluit op juiste feiten en maatstaven genomen zonder schending van motiverings- of zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van terugbetaling griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstandsuitkering blijft 29 november 2024.