ECLI:NL:CRVB:2023:667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor griffierecht wegens te late aanvraag
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht over een periode van april 2020 tot februari 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af wegens te late indiening, met verwijzing naar artikel 44 van Pro de Participatiewet en het gemeentelijk beleid dat terugwerkende kracht beperkt tot drie maanden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellante voerde aan dat artikel 44 PW Pro niet van toepassing zou zijn op bijzondere bijstand en dat een termijn van twaalf maanden zou gelden. Ook stelde zij dat haar lage inkomen en het gebrek aan informatie over beleidswijzigingen bijzondere omstandigheden vormden.
De Raad oordeelde dat artikel 44 PW Pro ook op bijzondere bijstand van toepassing is en dat de termijn van twaalf maanden uit artikel 35 lid 2 PW Pro niet ziet op terugwerkende kracht. De enkele verwijzing naar een laag inkomen en het niet op de hoogte zijn van beleidswijzigingen zijn geen bijzondere omstandigheden die terugwerkende toekenning rechtvaardigen. Het college had het gewijzigde beleid tijdig bekendgemaakt en de aanvraag was ruim na de overgangsperiode ingediend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag en wees de vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor griffierecht wordt bevestigd wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.