Eiseres bouwde zonder omgevingsvergunning een serre in haar tuin, waarop het college een last onder dwangsom oplegde met de eis tot verwijdering van de serre. Eiseres stelde dat zij ook op andere wijze aan de last kon voldoen, bijvoorbeeld door het verwijderen van andere bijgebouwen, en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het college eiseres geen keuze liet in de herstelmaatregel en dat de maatvoering van het bebouwde oppervlakte onjuist was gehanteerd. De rechtbank stelde vast dat eiseres met het verwijderen van de berging en schuur ook aan de last zou kunnen voldoen, maar dat de last enkel gericht was op het verwijderen van de serre, wat in strijd is met artikel 5:32a van de Awb.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover de herstelmaatregel niet was gewijzigd en herroept het primaire besluit. De herstelmaatregel werd gewijzigd zodat eiseres kan voldoen door de serre te verwijderen of op andere wijze te zorgen dat voldaan wordt aan de regels omtrent het maximaal toegestane bebouwd gebied. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.