Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen
Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV), uit Rotterdam, eiseres
het bestuur van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)
Samenvatting
Procesverloop
Met dit besluit heeft LVNL ook een tweede Woo-verzoek van 27 mei 2025 van BTV afgewezen, op grond van artikel 4:6, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling door de rechtbank
De bijlage bij de Woo vermeldt onder andere artikel 7.1 van de Wet luchtvaart.
Op grond van artikel 7.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart zijn gegevens niet openbaar die zijn ontvangen of verzameld door of namens bestuursorganen op grond van de artikelen 4, 5 en 10 van de Verordening voorvallen (Verordening nr. 376/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 inzake het melden, onderzoeken en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart).
Een bestuursorgaan heeft vervolgens beoordelingsruimte bij de te maken afweging tussen het algemeen belang bij openbaarmaking en het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. Dit betekent dat de bestuursrechter de afweging door een bestuursorgaan van de bestaande belangen, terughoudend toetst. De bestuursrechter toetst dus of het bestuursorgaan zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het algemeen belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. Bij deze afweging weegt zwaar het uitgangspunt van de Woo dat er een recht op toegang tot informatie bestaat. [4]
Conclusie en gevolgen
Het verzoek tot openbaarmaking in deze zaak heeft LVNL wel op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef onder i, van de Woo kunnen afwijzen, zodat het beroep in zoverre ongegrond is. De gevraagde R/T hoeven niet openbaar te worden gemaakt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voorzover aan het bestreden besluit artikel 8.8 van de Woo ten grondslag is gelegd;
- vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
- bepaalt dat LVNL het griffierecht van € 385,- aan BTV vergoedt;
- veroordeelt LNVL in de proceskosten van BTV tot een bedrag van € 1.868,-;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.