Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit Ridderkerk, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“
Op de hoorzitting bezwaar over het buiten behandeling stellen van de aanvraag om een briefadres, heb ik gevraagd om u bij toekenning van het briefadres 3 maanden niet te vragen naar uw verblijf, althans dat u daarop geen antwoord verschuldigd bent, om te voorkomen dat de situatie onopgelost zou blijven en om enige rust te creëren, hetgeen door de gemeente aldaar mondeling is toegezegd.”
Door de commissie wordt geadviseerd de aanvraag van oktober 2024 per 12 april 2024 (datum beëindiging) toe te kennen op basis van de individuele omstandigheden. De commissie heeft daarbij betrokken dat eiseres met haar zoon in een woning verbleef die gesloopt werd en sinds de ontruiming dakloos is, dat het college de bijstandsuitkering heeft beëindigd, dat beëindiging van bijstand een belastend besluit is en het college onvoldoende heeft onderzocht tot welke datum er recht bestaat. Met het verzoek dat eiseres heeft ingediend voor een urgentieverklaring, heeft zij aangetoond haar hoofdverblijf in de gemeente Ridderkerk te willen houden. Het primaire besluit en de beslissing op bezwaar over het briefadres heeft eiseres niet ontvangen, omdat deze naar de vorige (inmiddels gesloopte) woning is gestuurd. Eiseres heeft na bezwaar alsnog een briefadres bij de gemeente Ridderkerk toegekend gekregen. Tijdens de hoorzitting van 17 september 2024 in de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van een briefadres, is de toezegging gedaan dat de eerste twee (de rechtbank begrijpt: drie) maanden aan eiseres geen vragen over het verblijf zouden worden gesteld. Het college had dan ook geen vragen mogen stellen over de woonsituatie van eiseres in de periode van 17 september 2024 tot en met 17 november(de rechtbank begrijpt: december) 2024. Eiseres heeft met het indienen van een nieuwe aanvraag gewacht tot zij een briefadres had. Het is onredelijk om van eiseres te verwachten dat zij in de gemeente Ridderkerk blijft zonder woning, uitsluitend om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering, terwijl voor haar in andere gemeenten tijdelijke slaapplekken aanwezig zijn. Ook is onzorgvuldig en te formalistisch omgegaan met het verzoek om een urgentieverklaring. Het college was op de hoogte van de situatie van eiseres en als het college de regie had gehouden en persoonlijk in plaats van schriftelijk contact had gehouden, hadden veel problemen kunnen worden voorkomen. Nu het college zich niet heeft gehouden aan de toezegging van 17 september 2024 en dit mede heeft geleid tot het bestreden besluit, heeft het college het rechtszekerheidsbeginsel geschonden. Het college had het recht op bijstand kunnen vaststellen op basis van de aanwezige informatie en dat had moeten leiden tot een toekenning van algemene bijstand ter hoogte van de daklozennorm per 12 april 2024, aldus de commissie.
Op grond van het tweede lid van dit artikel verleent de belanghebbende het college desgevraagd de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.M.E.A. Neuwahl, leden, in aanwezigheid van mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.