ECLI:NL:RBROT:2026:2901
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfsruimte en betaling huurachterstand toegewezen in kort geding
In deze kortgedingprocedure vordert Marcan Vastgoed B.V. de ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand door [gedaagde] B.V. De huurachterstand betreft vier maanden en bedraagt €21.882,28. [gedaagde] erkent de achterstand maar betwist het spoedeisend belang en wijst op een lopende bodemprocedure. Tevens betwist zij de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat ondanks de lopende bodemprocedure de ontruiming reeds kan worden bevolen, omdat het aannemelijk is dat ontbinding en ontruiming in de bodemprocedure zullen worden toegewezen. De huurachterstand van vier maanden is substantieel en [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor haar betalingsmogelijkheden. Het belang van Marcan bij beperking van financiële schade weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de bedrijfsruimte.
De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening, betaling van de huurachterstand, een contractuele boete van €1.200,- met wettelijke rente vanaf 25 februari 2026, en een vergoeding van €40,- aan buitengerechtelijke incassokosten. Hogere incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van incassohandelingen. De gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand wordt afgewezen omdat de contractuele boete deze vervangt. Proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt ontruiming binnen veertien dagen en veroordeelt tot betaling van huurachterstand, boete, incassokosten en proceskosten.