ECLI:NL:RBROT:2026:310
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken op bezwaar wegens schending hoorplicht bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting
Eiseres maakte bezwaar tegen vier naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam vanwege parkeren zonder geldige vergunning. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet is gehoord in de bezwaarprocedure, wat een schending van de hoorplicht oplevert. Hierdoor zijn de uitspraken op bezwaar vernietigd.
Ondanks de schending van de hoorplicht beoordeelt de rechtbank inhoudelijk of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Eiseres beschikte over een parkeervergunning die tijdelijk was gekoppeld aan een ander kenteken, maar was vergeten deze wijziging terug te zetten. Hierdoor was het kenteken van de geparkeerde auto niet als actief geregistreerd, wat een voorwaarde is voor parkeren met vergunning.
De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd omdat er geen (voldoende) parkeerbelasting is betaald. Persoonlijke omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel bieden geen grond om de naheffingsaanslagen te vernietigen. Ook is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De uitspraken op bezwaar worden vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting blijven in stand.