Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 oktober 2025, met bijlagen;
- het verwijzingsvonnis van de Rechtbank Den Haag van 6 november 2025;
- het oproepingsexploot van 18 november 2025;
- de rolbeslissing van 18 december 2025;
- de akte uitlating eisende partij van 15 januari 2026, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 29 januari 2026;
- de brief van de gemachtigde van Woningmaatschap [plaats] van 2 februari 2026, met bijlage.
2.De beoordeling
- In 2024 heeft Woningmaatschap [plaats] zelf berekend dat de indexering maximaal 2,8% bedraagt. In plaats daarvan verhoogt zij de huurprijs met 5,5%. De indexering met 2,8% leidt tot een nieuwe kale huurprijs van €1.249,17 in plaats van € 1.281,98; een verschil van € 32,81 per maand;
- In 2025 heeft Woningmaatschap [plaats] zelf berekend dat de indexering maximaal 0,9% bedraagt. In plaats daarvan verhoogt zij de huurprijs met 4,1%. De indexering met 0,9% (op een kale huur van € 1.249,17) leidt tot een nieuwe kale huurprijs van € 1.260,41. In plaats daarvan heeft Woningmaatschap [plaats] vanaf 1 juli 2025 een kale huurprijs van € 1.334,54 in rekening gebracht; een verschil van € 74,13 per maand.