In deze kortgedingprocedure vordert eiser schorsing van het concurrentie- en relatiebeding en betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en vakantiedagen. Eiser werkte vanaf 1 augustus 2022 via detachering en vanaf 1 april 2024 op basis van een arbeidsovereenkomst bij Zker Projects, met een concurrentie- en relatiebeding in de overeenkomst. Na opzegging per 31 oktober 2024 trad eiser per 1 januari 2025 opnieuw in dienst in een andere functie met een hoger salaris.
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentie- en relatiebeding in de nieuwe arbeidsovereenkomst niet geldig is omdat deze niet schriftelijk is overeengekomen, een vereiste voor geldigheid. De eerdere schriftelijke bedingen golden niet meer vanwege functiewijziging en beëindiging van het eerdere contract. Daarom wordt de eis tot schorsing van deze bedingen afgewezen.
Wel wordt de vordering tot betaling van loon over december 2025, vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen toegewezen. De wettelijke verhoging en rente worden afgewezen omdat niet vaststaat of betaling te laat is vanwege een betwiste verrekening met een leaseautokostenafkoopbedrag. De tegeneis van Zker Projects tot betaling van dit afkoopbedrag wordt eveneens afgewezen. De proceskosten worden toegerekend aan Zker Projects en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.