De rechtbank Rotterdam behandelde op 25 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis. Hoewel de precieze psychiatrische kwalificatie onduidelijk is, is vastgesteld dat betrokkene kenmerken vertoont van een autismespectrumstoornis en een schizofreniforme ontwikkeling. De rechtbank oordeelt dat deze onduidelijkheid de verlening van de zorgmachtiging niet in de weg staat.
Betrokkene vertoont ernstig nadeel door zijn psychische stoornis, waaronder langdurige sociale isolatie, onvoldoende zelfzorg, financiële schulden en het risico op lichamelijk letsel en psychische schade. Hij is niet in staat zijn leven zelfstandig te organiseren en weigert medicamenteuze behandeling, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.
De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, en opname in een instelling. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, met als doel stabilisatie en herstel van betrokkene, waarna ambulante zorg kan volgen.