Verzoeker heeft een moratoriumverzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat uitvoering aankondigt.
Hoewel verzoeker een huurachterstand van 21 maanden heeft, is deze ontstaan door persoonlijke omstandigheden zoals baanverlies en psychische problemen. Verzoeker heeft inmiddels stappen gezet, waaronder het starten van budgetbeheer en het zoeken van psychologische hulp, en betaalt de lopende huurtermijnen weer tijdig.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en een minnelijk schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Er is voldoende aannemelijk dat het minnelijk traject zal voldoen aan de wettelijke eisen, mede doordat Stichting Nieuw Vaarwater betrokken is bij budgetbeheer en mogelijk beschermingsbewind.
De voorziening wordt voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zolang het moratorium loopt. De rechtbank behoudt zich het recht voor om later te toetsen of het minnelijk traject adequaat wordt uitgevoerd.