ECLI:NL:RBROT:2026:4634
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor eerste maand huur wegens ontbreken actuele kosten
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de eerste maand huur. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de eerste huurnota al was betaald voordat de aanvraag werd ingediend.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat er sprake was van bijzondere omstandigheden en dat het college geen rekening hield met een feitelijke dwangsituatie. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd zich daadwerkelijk moesten voordoen volgens artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser over bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel, mede omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder een aanvraag kon indienen en hij op de hoogte had kunnen zijn van de voorwaarden uit een eerdere procedure. Ook was er geen sprake van strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor de eerste maand huur wordt ongegrond verklaard omdat de kosten al waren voldaan bij de aanvraag.