Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:4818

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
11441381 CV EXPL 24-31307
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:212 BWArt. 3:296 BWArt. 6:119 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens frauduleus gebruik parkeerapp en onrechtmatige daad

Be-Mobile vordert vergoeding van parkeerkosten van €2.918,37 wegens frauduleus gebruik van haar parkeerapp 4411, waarbij gebruikers met valse accounts niet betaalden. Gedaagde wordt verweten dat haar kentekens zijn gebruikt bij deze frauduleuze accounts.

Gedaagde betwist zelf gebruik te hebben gemaakt van de app en stelt dat haar ex-man de auto’s gebruikte. De rechtbank stelt vast dat gedaagde niet is verrijkt door de parkeeracties en dat onvoldoende bewijs is dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Het enkele feit dat de kentekens op haar naam staan, leidt niet tot aansprakelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat er geen overeenkomst of betalingsverplichting tussen partijen bestaat. De vordering wordt afgewezen en Be-Mobile wordt veroordeeld in de proceskosten van €632,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering van Be-Mobile wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid van gedaagde voor frauduleus gebruik van de parkeerapp.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11441381 CV EXPL 24-31307
datum uitspraak: 17 april 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Be-Mobile N.V.,
vestigingsplaats: Melle (België),
eiseres,
gemachtigde: mrs. J. Lubbers en D.H.J. Bouchier,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.S. Winter.
De partijen worden hierna ‘Be-Mobile’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 28 november 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van Be-Mobile;
  • de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
1.2.
Op 17 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens Be-Mobile aanwezig mr. T.O. van Hoorn en mr. N. Reilink. Namens [gedaagde] was alleen mr. C.S. Winter aanwezig.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
Be-Mobile levert diensten waarmee gebruikers betaald kunnen parkeren op parkeerlocaties in Nederland en België. Deze diensten worden geleverd via (onder andere) de smartphone app ‘4411’. Be-Mobile stelt dat er grootschalige fraude is gepleegd door gebruikers van haar app die niet voor het parkeren betaald hebben, voornamelijk in de regio Rotterdam. Deze gebruikers vertonen allemaal een vergelijkbaar patroon. In het kort komt het neer op gebruikers die een account aanmaken met valse gegevens. Aan dit account wordt als betaalmethode een prepaid creditcard zonder saldo gekoppeld, waardoor het incasseren door Be-Mobile van de verschuldigde parkeer- en transactiekosten niet mogelijk was. Gebruikers konden een dergelijk account laten maken tegen betaling van € 50,- per maand via een partij die daarvoor adverteert op sociale media en konden daarmee onbeperkt parkeren.
2.2.
Be-Mobile stelt in de dagvaarding dat ook [gedaagde] gebruik heeft gemaakt van deze methode, ofwel door zelf een account met valse gegevens aan te maken ofwel door een derde een frauduleus account te laten maken tegen betaling. In de periode van december 2022 tot en met juni 2023 zijn de kentekens ( [kenteken 1] en [kenteken 2] ) van de auto’s, die op naam van [gedaagde] staan, namelijk veelvuldig gebruikt op een van deze frauduleuze accounts. Be-Mobile eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot vergoeding aan Be-Mobile van de parkeerkosten van in totaal € 2.918,37, die Be-Mobile aan de gemeente Rotterdam heeft betaald, vermeerderd met rente en kosten.
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van Be-Mobile. Zij voert aan dat zij nooit een overeenkomst met Be-Mobile is aangegaan, dat zij nooit (met valse gegevens) een account heeft aangemaakt en dat zij geen gebruik heeft gemaakt van een door iemand anders aangemaakt vals account. [gedaagde] voert ook aan dat zij geen gebruik heeft gemaakt van de parkeerdiensten van Be-Mobile. Volgens [gedaagde] maakt zij, als zij parkeert in Rotterdam, gebruik van de bezoekersvergunning en/of de invalidenparkeervergunning van haar moeder, voor wie zij mantelzorger is. Ook voert [gedaagde] aan dat de auto met kenteken [kenteken 2] hoofdzakelijk werd gebruikt door haar ex-man.
2.4.
De kantonrechter wijst de eis van Be-Mobile af. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] is niet ongerechtvaardigd verrijkt door de parkeeracties
2.5.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de kantonrechter van deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de eis van Be-Mobile omdat [gedaagde] woonplaats heeft in Nederland en de vordering niet meer dan € 25.000 bedraagt (artikel 4 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012) en artikel 93 onder Pro a Rv). De kantonrechter begrijpt dat partijen voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht hebben gekozen.
2.6.
Uit de facturen, die Be-Mobile heeft overgelegd, blijken telkens de data met tijdstippen waarop de auto’s met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] zijn gestart en geëindigd in de periode van december 2023 tot en met juni 2023 en ook de locaties waar deze parkeersessies hebben plaatsgevonden. Hoewel [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij zelf geen gebruik heeft gemaakt van de parkeerdiensten van Be-Mobile, heeft zij niet betwist dat Be-Mobile de genoemde parkeerkosten van in totaal € 2.918,37 heeft moeten betalen aan de gemeente voor deze parkeersessies. De kantonrechter ziet ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door Be-Mobile gepresenteerde gegevens met betrekking tot de de betreffende kentekens die in de parkeerapp 4411 zijn geregistreerd.
2.7.
Voorop wordt gesteld dat over het algemeen mag worden aangenomen dat degene die een voertuig met een bepaald kenteken parkeert, ook degene is door of namens wie parkeeracties voor dat kenteken in de parkeerapp 4411 worden geregistreerd. Dat is immers de persoon die profijt heeft van de registratie. [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij niet degene is geweest die de parkeeracties waar het hier om gaat heeft uitgevoerd. Ter zitting heeft haar gemachtigde uitgelegd dat de auto’s op dit moment nog steeds op naam van [gedaagde] staan, maar dat haar ex-man destijds de beide auto’s heeft gebruikt, de één meer dan de ander. Ondanks dat de gemachtigde van [gedaagde] niet in staat was toe te lichten in welke mate de ex-man van [gedaagde] van beide auto’s gebruik heeft gemaakt, heeft Be-Mobile de uitleg van [gedaagde] ter zitting niet betwist. Sterker nog, Be-Mobile heeft zelfs expliciet aangegeven dat ook zij het ‘niet waarschijnlijk’ vindt dat [gedaagde] zelf degene is geweest, die met behulp van de parkeerapp 4411 heeft geparkeerd.
2.8.
Be-Mobile heeft primair aan haar eis ten grondslag gelegd dat [gedaagde] ongerechtvaardigd is verrijkt (artikel 6:212 BW Pro) door zonder te betalen gebruik te maken van de parkeerdiensten van Be-Mobile. Daarvoor moet ten minste komen vast te staan dat [gedaagde] ten koste van Be-Mobile is verrijkt. Uit het bovenstaande volgt echter dat partijen het er over eens zijn dat [gedaagde] niet degene is geweest, die daadwerkelijk heeft geparkeerd en gebruik heeft gemaakt van de parkeerapp 4411. Dat betekent dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] door de parkeeracties enig voordeel heeft genoten. Onder die omstandigheden kan dan ook niet geconcludeerd worden dat [gedaagde] door de parkeeracties is verrijkt, laat staan op ongerechtvaardigde wijze. De eis van Be-Mobile kan dan ook niet op de primaire grond worden toegewezen.
Er is geen sprake van een onrechtmatige daad van [gedaagde]
2.9.
Be-Mobile heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er sprake is van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro). Volgens Be-Mobile heeft [gedaagde] in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid gehandeld. Ook daarin volgt de kantonrechter Be-Mobile echter niet. Zoals hiervoor al is overwogen heeft Be-Mobile ter zitting erkend dat het niet waarschijnlijk is dat [gedaagde] zelf degene is geweest die met behulp van de parkeerapp 4411 heeft geparkeerd. [gedaagde] heeft in dat verband onweersproken aangevoerd dat iemand anders (volgens [gedaagde] haar ex-man) gebruik heeft gemaakt van de auto’s met de kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] , die beide op haar naam staan én stonden. Daaruit kan niet anders afgeleid worden dan dat [gedaagde] de auto’s heeft uitgeleend, althans dat zij heeft toegestaan dat iemand anders met de auto’s heeft gereden. Die omstandigheid leidt op zichzelf echter nog niet tot de conclusie dat [gedaagde] onzorgvuldig of onrechtmatig heeft gehandeld. Het enkele feit dat [gedaagde] heeft toegestaan dat iemand anders gebruik maakte van haar auto’s betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet zonder meer dat zij ook wist of redelijkerwijs had moeten weten dat die bewuste persoon met de auto’s op frauduleuze wijze gebruik zou gaan maken van de parkeerdiensten van Be-Mobile. Be-Mobile heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangevoerd op basis waarvan aangenomen kan worden dat [gedaagde] in redelijkheid met die mogelijkheid rekening had kunnen of moeten houden.
2.10.
De stelling van Be-Mobile dat [gedaagde] heeft geprofiteerd van andermans wanprestatie kan evenmin leiden tot het oordeel dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. Het is niet gesteld of gebleken dat degene die de parkeeracties heeft uitgevoerd een overeenkomst had gesloten met Be-Mobile en in de nakoming daarvan tekort is geschoten. Verder is, zoals hiervoor (onder 2.8) al is overwogen, niet komen vast te staan dat [gedaagde] enig voordeel heeft genoten door de parkeeracties. Dat [gedaagde] op wat voor manier dan ook heeft geprofiteerd van het frauduleuze gebruik van de parkeerapp door degene die de auto’s heeft gebruikt, is dan ook niet gebleken.
Er is geen sprake van ‘kentekenaansprakelijkheid’
2.11.
Anders dan Be-Mobile heeft gesteld is de kantonrechter van oordeel dat het enkele feit dat de auto’s op naam van [gedaagde] staan, onvoldoende is om aansprakelijkheid van [gedaagde] voor de gemaakte parkeerkosten te kunnen aannemen. Be-Mobile heeft in dat verband diverse uitspraken aangehaald [1] . In deze uitspraken is overwogen dat uit een registratie van een kentekenhouder in het kentekenregister het vermoeden kan worden afgeleid dat de kentekenhouder ook de bestuurder van de auto is en dat het op de weg van de kentekenhouder ligt om dat vermoeden te weerleggen. Zoals hiervoor al overwogen, heeft [gedaagde] in het onderhavige geval echter aangevoerd dat zij niet degene is die de parkeeracties heeft uitgevoerd en heeft Be-Mobile uitdrukkelijk te kennen gegeven dat ook zij het niet waarschijnlijk vindt dat [gedaagde] zelf met de parkeerapp heeft geparkeerd. Omdat partijen het op dat punt met elkaar eens zijn is een eventueel (bewijs)vermoeden van het tegendeel niet aan de orde.
2.12.
De kantonrechter ziet ook geen grond om [gedaagde] enkel op basis van het feit dat zij kentekenhouder is aansprakelijk te houden voor de betaling van parkeerkosten. Er is geen wettelijke basis om alle handelingen die met of ten behoeve van een auto worden verricht zonder meer aan de kentekenhouder toe te rekenen. Als de aansprakelijkheid louter zou worden gebaseerd op het feit dat iemand als kentekenhouder geregistreerd staat, zou dit betekenen dat er feitelijk sprake is van een ‘risicoaansprakelijkheid’, op basis waarvan de kentekenhouder – ongeacht de omstandigheden van het geval – te allen tijde kan worden aangesproken voor gedragingen die met de betreffende auto zijn verricht. In dat geval zou, als een onbekende derde een willekeurig kenteken zou invoeren in een parkeerapp, de kentekenhouder aansprakelijk gehouden kunnen worden voor de met de parkeerapp verrichte parkeeracties, zonder dat die kentekenhouder wist of had kunnen weten dat zijn of haar kenteken überhaupt daarvoor gebruikt is. Het verbinden van dergelijke ingrijpende consequenties aan het enkele kentekenhouderschap zou naar het oordeel van de kantonrechter, bij gebrek aan een uitdrukkelijke wettelijke basis, veel te ver gaan.
Er is geen sprake van een betalingsverplichting voor [gedaagde]
2.13.
Voor het geval de vordering niet op grond van onrechtmatige daad kan worden toegewezen, eist Be-Mobile dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot nakoming van haar betalingsverplichting in de zin van artikel 3:296 BW Pro. Ook op die grond kan de eis van Be-Mobile niet worden toegewezen. Er is namelijk niet vast komen te staan dat er sprake is van een overeenkomst tussen Be-Mobile en [gedaagde] dan wel enige andere rechtsverhouding, waaruit een verplichting door [gedaagde] voortvloeit om de betreffende parkeerkosten te betalen.
Conclusie: de eis van Be-Mobile wordt afgewezen
2.14.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [gedaagde] op geen van de door Be-Mobile aangedragen gronden aansprakelijk kan worden gehouden voor de betaling van de parkeerkosten van € 2.918,37. Die eis van Be-Mobile wordt daarom afgewezen. Dat geldt ook voor de daaraan gekoppelde eis ten aanzien van de rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Be-Mobile moet de proceskosten betalen
2.15.
De proceskosten komen voor rekening van Be-Mobile, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Be-Mobile aan [gedaagde] moet betalen op € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 632,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.16.
Dit vonnis wordt, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de eis van Be-Mobile af;
3.2.
veroordeelt Be-Mobile in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 632,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487

Voetnoten

1.Rechtbank Midden-Nederland 17 januari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:182, Rechtbank Den Haag 22 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5797, Rechtbank Oost-Brabant, 10 januari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2038, Rechtbank Noord-Holland 2 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO: