Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een besluit op haar bezwaarschrift tegen een beschikking van de Dienst Toeslagen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. De wettelijke beslistermijn is ruimschoots overschreden, waarbij meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de termijn. De rechtbank oordeelt dat de overschrijding niet te wijten is aan weigerachtigheid van verweerder, maar aan de onhaalbare termijnen die de wetgever heeft vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat geen sterke prikkel nodig is en legt daarom een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000. Verweerder is veroordeeld om binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden.
De rechtbank wijst erop dat verweerder reeds een dwangsombeslissing heeft genomen van €1.442, waardoor de hoogte van de dwangsom niet nader hoeft te worden vastgesteld. De uitspraak is gedaan zonder zitting, gezien de aard van de zaak en de toepasselijke wettelijke bepalingen.