Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5121

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11917629 RR FORM 25-19
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 lid 1 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 139 RvArt. 15 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 233 RvArt. 143 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en verplichting tot eindafrekening tegen zorggroep

Eiseres heeft een loonvordering ingesteld tegen Woonzorggroep Het Witte Huis B.V. wegens een verschil van €460,08 tussen het salaris vermeld op haar loonstroken en het daadwerkelijk ontvangen bedrag over juni en juli 2025. De zorggroep is niet verschenen tijdens de zitting en heeft niet op de eis gereageerd, waardoor verstek is verleend.

De rechter heeft de vordering van eiseres toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarnaast is Het Witte Huis veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, begroot op €90,- aan griffierecht. Tevens is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

De zorggroep is verplicht binnen twee weken na betekening van het vonnis een eindafrekening aan eiseres te verstrekken. Eiseres heeft de mogelijkheid om binnen vier weken verzet aan te tekenen tegen het vonnis. Dit vonnis is gewezen door de regelrechter mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het Witte Huis wordt veroordeeld tot betaling van €460,08 achterstallig loon en het verstrekken van een eindafrekening.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11917629 RR FORM 25-19
datum uitspraak: 30 april 2026
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
die zelf procedeert,
tegen
Woonzorggroep Het Witte Huis B.V.,
vestigingsplaats: Zwijndrecht,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Het Witte Huis’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter (hierna: rechter) op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 10 oktober 2025 heeft ontvangen, met bijlagen,
  • de brief van [eiseres] die de rechtbank op 23 oktober 2025 heeft ontvangen, met bijlagen;
  • de brief van [eiseres] die de rechtbank op 10 april 2026 heeft ontvangen, met een bijlage.
1.3.
Op 16 april 2026 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres] besproken in het bijzijn van een tolk in de Franse taal. Namens Het Witte Huis is niemand verschenen. Tegen Het Witte Huis is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit Pro).

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] heeft bij Het Witte Huis gewerkt. Volgens [eiseres] heeft zij over de maanden juni en juli 2025 te weinig salaris gekregen. Het gaat om een bedrag van € 460,08 in totaal. Dit is het verschil tussen het bedrag dat op haar loonstroken staat en de bedragen die op haar bankrekening zijn bijgeschreven. [eiseres] vindt dat Het Witte Huis dit bedrag aan haar moet betalen. Ook vindt [eiseres] dat Het Witte Huis haar een eindafrekening moet verstrekken.
De eis wordt toegewezen
2.2.
Het Witte Huis heeft niet op de eis gereageerd. De rechter wijst de eis toe, omdat die niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
Het Witte Huis moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van Het Witte Huis, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De regelrechter begroot de kosten die Het Witte Huis aan [eiseres] moet betalen op € 90,- aan griffierecht. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Het Witte Huis daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De rechter:
3.1.
veroordeelt Het Witte Huis om aan [eiseres] te betalen € 460,08 aan achterstallig loon over de maanden juni en juli 2025;
3.2.
veroordeelt Het Witte Huis om binnen twee weken na de betekening van dit vonnis een eindafrekening aan [eiseres] te verstrekken;
3.3.
veroordeelt Het Witte Huis in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 90,-;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken.
43416
Bent u gedaagde en bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan. U moet daarvoor een brief of mail sturen aan de griffier van deze rechtbank. U heeft hiervoor vier weken de tijd. Wanneer die vier weken beginnen staat in artikel 143 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.