Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5297

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
11908949 VZ VERZ 25-6377
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en bedreigingen ondanks cocaïneverslaving

De gemeente Rotterdam verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2005 in dienst was, vanwege ernstig verwijtbaar gedrag en een verstoorde arbeidsverhouding door bedreigingen aan collega’s. De werknemer kampte met een cocaïneverslaving, waarvoor de gemeente diverse hulptrajecten had ingezet, waaronder opname in een kliniek en begeleiding via bedrijfsmaatschappelijk werk.

Ondanks deze inspanningen bleef het gedrag van de werknemer problematisch, met ongeoorloofde afwezigheid, het niet nakomen van afspraken en uiteindelijk bedreigingen aan twee teamleiders en een HR-adviseur. De kantonrechter oordeelde dat het gedrag zodanig ernstig was dat van de gemeente niet verlangd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten.

Hoewel de verslaving een verklaring bood voor het gedrag, rechtvaardigde deze de bedreigingen niet. Vanwege de verslaving en het lange dienstverband van ruim twintig jaar besloot de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 juli 2026, maar wel met toekenning van een transitievergoeding van €29.867,71 bruto. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2026 met toekenning van een transitievergoeding van €29.867,71 bruto.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11908949 VZ VERZ 25-6377
datum uitspraak: 6 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Gemeente Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. I. Weltevrede-Plaisier,
tegen
[verweerder],
woonplaats: [woonplaats] ,
verweerder,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘de gemeente’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van de gemeente, ontvangen op 6 oktober 2025, met bijlagen;
  • de op 26 januari 2026 ontvangen reactie van [verweerder] .
1.2.
Op 8 april 2026 is de zaak op een zitting besproken. Namens de gemeente is de heer [naam] (manager stadsbeheer) verschenen, met de gemachtigde van de gemeente mr. I. Weltevrede-Plaisier. [verweerder] is ook verschenen en heeft aan de kantonrechter een aantal stukken overhandigd.

2.Het verzoek

2.1.
[verweerder] (geboren in 1986) is sinds 2005 in dienst bij de gemeente. De gemeente vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden, op de kortst mogelijke termijn, zonder toekenning van een transitievergoeding, omdat:
1.
primair[verweerder] verwijtbaar gehandeld heeft, zodanig dat van de gemeente in redelijkheid niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten;
2.
subsidiairde arbeidsverhouding tussen partijen zodanig verstoord is dat van de gemeente in redelijkheid niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten;
3.
meer subsidiairsprake is van een combinatie van omstandigheden die maken dat van de gemeente in redelijkheid niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
2.2.
[verweerder] voert verweer.
2.3.
Is dit voor de beoordeling van belang, dan wordt hierna ingegaan op wat partijen (verder) naar voren brengen.

3.De beoordeling

ontbinding arbeidsovereenkomst
3.1.
De kantonrechter oordeelt dat [verweerder] verwijtbaar gehandeld heeft, zodanig dat van de gemeente in redelijkheid niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt daarom ontbonden. De kantonrechter komt op grond van het volgende tot dit oordeel.
3.2.
De gemachtigde van de gemeente heeft op de zitting op 8 april 2026 een pleitnota voorgedragen, met als conclusie een samenvatting van wat ook in het verzoekschrift staat:
De gemeente heeft gedurende lange tijd getracht om de heer [verweerder] zijn gedrag te laten verbeteren door hem meer dan eens aan te spreken op zijn gedrag, nogmaals te wijzen op zijn verplichtingen en telkens hulp aan te bieden. Helaas heef dit niet geholpen en hebben zelfs officiële waarschuwingen er niet toe geleid dat de heer [verweerder] zijn leven heeft gebeterd. De gemeente ziet een patroon van ongeoorloofde afwezigheid en het niet nakomen van afspraken door de heer [verweerder] . De gemeente kwalificeert het gedrag van de heer [verweerder] als (ernstig) verwijtbaar handelen, waardoor in redelijkheid niet van de gemeente kan worden verlangd om het dienstverband voort te zetten.
Daarnaast is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding als gevolg van het uiten van bedreigingen aan het adres van twee teamleiders en een HR-adviseur. Het feit dat de heer [verweerder] geen enkel inzicht in de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag toont en zelfs na de waarschuwingsbrief van 10 juli 2025 en na zijn schorsing per 1 augustus 2025 wederom bedreigingen uit, maakt dat het reeds beschadigde vertrouwen in de heer [verweerder] volledig verloren is gegaan. De arbeidsverhouding is zo beschadigd dat van de gemeente in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsverhouding te laten voortduren. Herplaatsing ligt niet in de rede.
Gezien het vorenstaande handhaaft de gemeente het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen danwel verstoorde arbeidsverhouding.
3.3.
[verweerder] heeft een cocaïneverslaving en dat lijkt, los van de problemen die een dergelijke verslaving sowieso oplevert, de oorzaak van het probleem tussen de gemeente en [verweerder] . De gemeente stelt dat zij er de afgelopen drie jaren alles aan gedaan heeft om [verweerder] ‘erbij te houden’ maar dat dit niet is gelukt. Nadat [verweerder] zich op 14 juni 2023 ziekgemeld heeft, is hij door de gemeente aangemeld bij het traject Be-Responsible met als doel hem te helpen bij zijn drugsverslaving. Na een terugval in zijn verslaving is [verweerder] in april/mei 2024 opgenomen geweest in een kliniek in België en daarna is een start gemaakt met zijn re-integratie. [verweerder] is toen ook nog aanvullend begeleid door het Berdrijfsmaatschappelijk Werk. Na een periode waarin [verweerder] weer volledig hersteld was is hij op 17 oktober 2024 opnieuw ziekgemeld. De re-integratie verliep sindsdien met incidenten (onder meer loonstops) en sinds 1 augustus 2025 is [verweerder] geschorst. De gemeente heeft gedaan wat van haar als goed werkgever verwacht mag worden. Dit blijkt ook uit de stukken die de gemeente bij het verzoekschrift heeft gevoegd. [verweerder] is hulp bij zijn cocaïneverslaving geboden, er is keer op keer met hem gesproken over zijn ongeoorloofde afwezigheid en het niet nakomen van afspraken, niets hielp echter.
3.4.
De druppel voor de gemeente en directe aanleiding voor het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn de bedreigingen door [verweerder] tegen collega’s. [verweerder] lijkt te denken dat alleen ‘Ik maak je dood’ een bedreiging is, maar opmerkingen als, geciteerd uit verklaringen van collega’s:
- Je luistert niet naar mij en gaat mij leren kennen. Ik heb je gezegd geen brieven naar mij te sturen, maar je luistert niet en gaat er toch mee door. Je merkt het wel.
- Hij wilde graag namen, want dan ging hij wel langs bij hen.
- Als dat nog een keer zou voorkomen, zou hij enkele jongens bellen en ervoor zorgen dat de post nooit meer geleverd wordt op het huisadres.
- Hem op te zoeken en verhaal te komen halen.
zijn los van de vraag of dit strafrechtelijk bedreiging is, er is geen aangifte gedaan, bepaald niet prettig voor degene tegen wie de opmerking is gericht en in een arbeidsverhouding, in welke verhouding dan ook overigens, niet acceptabel. [verweerder] ontkende op de zitting aanvankelijk dat hij deze opmerkingen heeft gemaakt en wilde bewijs zien, maar later zei hij: ‘Ik kan het niet begrijpen dat ik dat heb gezegd. Ik weet het niet’. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat een en ander niet is gezegd. [verweerder] is als gevolg van de bedreigingen per 1 augustus 2025 geschorst.
3.5.
Op de zitting heeft [verweerder] verklaard dat hij nog steeds verslaafd is. Het is duidelijk dat het gedrag van [verweerder] veroorzaakt wordt door zijn cocaïneverslaving, maar van een opzegverbod bij ziekte is, anders dan [verweerder] meent, geen sprake. De reden voor het ontbindingsverzoek is immers niet de verslaving van [verweerder] maar zijn gedrag als gevolg van die verslaving.. De gemeente heeft er zoals gezegd alles aan gedaan om [verweerder] binnen boord te houden, en [verweerder] betwist dat welbeschouwd ook niet, maar als er na jaren aan trekken geen verbetering in de verhouding zit en daar komen dan de bedreigingen door [verweerder] nog bij, dan moet de conclusie getrokken worden dat van de gemeente in redelijkheid niet gevraagd kan worden dat zij nog langer doorgaat met [verweerder] . [verweerder] is met de bedreigingen een grens gepasseerd die hij niet over had mogen gaan. Door de bedreigingen is de situatie veranderd van een kwestie die alleen speelt tussen de gemeente en [verweerder] , in een kwestie die ook (de veiligheid van) de collega’s van [verweerder] raakt. [verweerder] is daardoor niet meer te handhaven.
ontbindingsdatum, transitievergoeding
3.6.
Als sprake is van
ernstigverwijtbaar gedrag van [verweerder] heeft hij geen recht op een transitievergoeding en kan de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang worden ontbonden. Zonder te willen bagatelliseren wat is voorgevallen wat de bedreigingen betreft, komt de kantonrechter tot het oordeel dat van
ernstigverwijtbaar gedrag van [verweerder] geen sprake is. Dat komt door de cocaïneverslaving van [verweerder] . Deze verslaving rechtvaardigt zijn gedrag niet, maar geeft er wel een verklaring voor en daarom wil de kantonrechter [verweerder] , na een dienstverband van ruim twintig jaar, hem niet zijn transitievergoeding onthouden en ook de arbeidsovereenkomst niet op de zo kortst mogelijke termijn ontbinden. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden per 1 juli 2026. De transitievergoeding bedraagt € 29.867,71 bruto, zo verklaarde de gemachtigde van de gemeente op de zitting. De gemeente wordt ertoe veroordeeld deze vergoeding aan [verweerder] te betalen.
proceskosten
3.7.
De kantonrechter bepaalt, zoals de gemeente ook vraagt, dat partijen ieder de eigen kosten van deze procedure betalen.
uitvoerbaar bij voorraad
3.8.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat deze beschikking meteen uitgevoerd kan worden, ook als aan een hogere rechter gevraagd wordt de zaak opnieuw te beoordelen.
tot slot
3.9.
Het ontbinden van een arbeidsovereenkomst die ruim twintig jaar heeft geduurd, voor een groot deel zonder dat zich (noemenswaardige) incidenten hebben voorgedaan, is ingrijpend, zeker als de oorzaak daarvan (met name) ligt in een verslaving die buiten de macht van [verweerder] lijkt te liggen. De gemeente heeft echter gedaan wat van haar verwacht mocht worden. Met [verweerder] is op de zitting besproken dat hij afglijdt. Er is sprake van politiecontacten en inmiddels is hij zijn woning kwijt en maakt hij gebruik van een postadres. [verweerder] is van plan zich weer te laten opnemen in een verslavingskliniek. De kantonrechter hoopt van harte dat het hem zal lukken zijn leven weer op de rit te krijgen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen de gemeente en [verweerder] per 1 juli 2026;
4.2.
veroordeelt de gemeente ertoe een transitievergoeding van € 29.867,71 bruto aan [verweerder] te betalen;
4.3.
bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten betalen;
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders verzocht is af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
686