AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing billijke vergoeding na niet-verlenging arbeidsovereenkomst wegens moeizame arbeidsrelatie
De arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en Gemeente Rotterdam is geëindigd doordat de werkgever de tijdelijke arbeidsovereenkomst niet verlengde. Verzoeker stelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer door onvoldoende reactie op intimidatie en pestgedrag binnen de ondernemingsraad en een onzorgvuldig onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag, en vordert een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende heeft gesteld om aannemelijk te maken dat het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever de reden was voor het niet voortzetten van het dienstverband. Integendeel, er is een moeizame arbeidsrelatie, mede veroorzaakt door het gedrag van verzoeker zelf. De verzoeken tot inzage in personeelsgegevens, aanzegvergoeding, thuiswerkvergoeding en rectificatie worden afgewezen.
Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging en rente over niet tijdig uitbetaalde vakantiedagen en tot het opstellen van een correcte eindafrekening. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen wordt afgewezen; werkgever moet wettelijke verhoging en rente over vakantiedagen betalen en correcte eindafrekening opstellen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11988122 VZ VERZ 25-7042
datum uitspraak: 23 april 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. L.G. Wigboldus en mr. J.G. Jakobs,
tegen
Gemeente Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: mr. M.M. de Jonge Wolff.
Partijen worden hierna “ [verzoeker] ” en “Gemeente Rotterdam” genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (en de herziene versie daarvan) van [verzoeker] , met bijlagen;
het verweerschrift van Gemeente Rotterdam, met bijlagen;
de door Gemeente Rotterdam op 9 maart 2026 toegezonden bijlage 40;
de op 10 maart 2026 door [verzoeker] toegezonden akte overlegging nadere producties;
de op 11 maart 2026 toegezonden akte vermeerdering verzoek en overlegging productie van [verzoeker] ;
de door beide partijen overgelegde pleitaantekeningen.
1.2.
Op 12 maart 2026 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen en hun gemachtigden besproken. Gemeente Rotterdam is in de gelegenheid gesteld na de mondelinge behandeling nog schriftelijk te reageren op de vermeerdering van verzoek. Zij heeft dit bij akte van 27 maart 2026 gedaan.
2.Het geschil
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Het dienstverband tussen partijen is geëindigd, nadat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op initiatief van werkgever niet is verlengd. [verzoeker] stelt dat Gemeente Rotterdam ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en maakt daarom aanspraak op onder meer een billijke vergoeding. Het gestelde ernstig verwijtbaar handelen is er volgens [verzoeker] onder meer in gelegen dat werkgever onvoldoende zorgvuldig en voortvarend heeft gereageerd op intimidatie en pestgedrag binnen de Ondernemingsraad Stadsontwikkeling (ORSO), als gevolg waarvan [verzoeker] ziek is geworden. Ook heeft Gemeente Rotterdam ten onrechte een onderzoek gedaan naar vermeend grensoverschrijdend gedrag van [verzoeker] , terwijl [verzoeker] daar nooit over is geïnformeerd. Ook over de uitkomst van het vermeende onderzoek heeft [verzoeker] nooit iets vernomen. Gemeente Rotterdam betwist dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen dat heeft veroorzaakt dat het dienstverband niet werd voortgezet.
De verzoeken
2.2.
[verzoeker] verzoekt – verkort weergegeven – het volgende:
I. Gemeente Rotterdam te gebieden om op straffe van een dwangsom, inzage te geven in, dan wel een afschrift of uittreksel te verstrekken aan (de gemachtigde van) [verzoeker] van:
- Het volledige bestaande personeelsdossier van [verzoeker] ; en
- Toegang tot de persoonlijke e-mailbox van [verzoeker] ; en
- Toegang tot alle informatie en documenten die gekoppeld zijn aan het
netwerkaccount van [verzoeker] , waaronder het intranet en werkarchieven; en
- Het rapport betreffende het uitgevoerde signaalonderzoek naar [verzoeker] ; en
- Alle gegevens die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van een uitkeringsrecht.
II. Gemeente Rotterdam te veroordelen tot betaling van € 5.102,- bruto als aanzegvergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. Gemeente Rotterdam te veroordelen, op straffe van een dwangsom, tot het opstellen en het verstrekken van een correcte eindafrekening, met deugdelijke bruto-netto specificatie, waarin alle verschuldigde bedragen conform de arbeidsovereenkomst en toepasselijke wet- en regelgeving zijn opgenomen;
IV. Gemeente Rotterdam te veroordelen tot betaling van ten minste 347,14 niet genoten vakantieuren tot 1 januari 2025, te vermeerderen met het saldo zoals dat uit de administratie
van Gemeente Rotterdam blijkt na 1 januari 2025 tot het einde van het dienstverband, te
vermeerderen met wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
V. Gemeente Rotterdam te veroordelen tot betaling van de thuiswerkvergoeding te berekenen tot en met 26 september 2025;
VI. Gemeente Rotterdam te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding dan wel anderszins schadevergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BWPro, artikel 7:658 BWPro dan wel artikel 7:611 BWPro van € 65.000,-;
VII. Gemeente Rotterdam te veroordelen in de kosten van de procedure;
VIII. Gemeente Rotterdam te gebieden om op straffe van een dwangsom in het bedrijven portaal gedurende tenminste drie aaneengesloten weken een rectificatie te plaatsen met de volgende tekst:
“In interne communicatie van de gemeente Rotterdam is eerder berichtgeving
verschenen over een intern conflict binnen de Ondernemingsraad van
Stadsontwikkeling (ORSO) en een daaropvolgend onderzoek, waarbij een
beeld is ontstaan over OR-leden dat achteraf onjuist en onvoldoende
genuanceerd blijkt te zijn. De gemeente erkent dat de betrokken medewerkers
in deze situatie onvoldoende in bescherming zijn genomen, klachten
onvoldoende zijn opgevolgd, en dat bij het ontstaan en de verspreiding van
deze beeldvorming onvoldoende zorgvuldigheid is betracht richting
slachtoffers en klagers.
De betrokken OR-leden hebben zich gedurende hun werkzaamheden steeds
op integere en betrokken wijze ingezet voor de gemeente Rotterdam en haar
organisatie.
De gemeente trekt de eerder ontstane indrukken terug en betreurt de
gevolgen die dit heeft gehad voor de betrokken medewerkers. De gemeente
zal in de toekomst nadrukkelijker zorg dragen voor een zorgvuldige
behandeling en adequate bescherming van haar medewerkers, in het
bijzonder bij interne conflicten en onderzoeken. ”
3.De beoordeling
Verzoek IV: toekenning van een billijke vergoeding c.q. een schadevergoeding
3.1.
De kern van het geschil wordt gevormd door de vraag of [verzoeker] , via de weg van de billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BWPro, dan wel via de weg van artikel 7:611 BWPro, aanspraak kan maken op een vergoeding. [verzoeker] stelt in dit verband dat Gemeente Rotterdam ernstig verwijtbaar c.q. onrechtmatig heeft gehandeld, als gevolg waarvan de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Door dat einde van de arbeidsovereenkomst, lijdt Gemeente Rotterdam schade.
3.2.
Voor toekenning van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BWPro moet sprake zijn van een situatie waarin het dienstverband van rechtswege is geëindigd en niet is voortgezet, als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daar is niet snel sprake van: in beginsel staat het een werkgever vrij een tijdelijk aangegane arbeidsovereenkomst te laten verlopen en afscheid van de werknemer te nemen.
3.3.
[verzoeker] heeft onvoldoende gesteld om tot de conclusie te komen dat de gedragingen die hij ten grondslag legt aan het ernstig verwijtbaar handelen – welke gedragingen overigens door Gemeente Rotterdam worden betwist – daadwerkelijk hebben veroorzaakt dat het dienstverband niet wordt voortgezet. Gemeente Rotterdam heeft gemotiveerd betwist dat hiervan sprake is; zij zou de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] sowieso niet verlengd hebben, omdat de samenwerking van meet af aan niet soepel liep.
3.4.
Het had op de weg van [verzoeker] gelegen om concreet te maken waarom het gestelde ernstig verwijtbaar handelen van Gemeente Rotterdam (bijvoorbeeld de gebrekkige reactie op intimidatie en pestgedrag en zonder gegronde reden en onvoldoende zorgvuldig doen van onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag van [verzoeker] zelf) zou hebben geleid tot de beslissing van Gemeente Rotterdam om het dienstverband niet voort te zetten. Daarin is hij niet geslaagd.
3.5.
Sterker nog, bij de kantonrechter is gedurende deze procedure een beeld ontstaan van een zeer moeizame relatie tussen werkgever en werknemer, die met name lijkt voort te komen uit het gedrag van [verzoeker] . Het is [verzoeker] die zich reeds aan de start van het dienstverband in verhouding tot een belangrijke partner van de gemeente, woningcorporatie Woonstad, ongepast heeft gedragen en het is ook [verzoeker] die een moeizame relatie ontwikkelde met de ondernemingsraad. De wijze waarop de gemeente zich daartoe als werkgever heeft verhouden, is allerminst onbegrijpelijk en niet onrechtmatig of ernstig verwijtbaar te noemen.
3.6.
De conclusie is dat artikel 7:673 lid 9 BWPro geen grondslag kan bieden voor toekenning van dit verzoek.
3.7.
Hetzelfde geldt voor artikel 7:611 BWPro. De schade die [verzoeker] stelt te hebben geleden, heeft zuiver betrekking op de gevolgen van het eindigen van het dienstverband. Omdat de kantonrechter geen verband ziet tussen het handelen dat [verzoeker] Gemeente Rotterdam verwijt en het einde van het dienstverband, ziet de kantonrechter ook geen verband tussen dat handelen en de door [verzoeker] gestelde schade. Of dat handelen strijdig is met art. 7:611 BWPro, hoeft dan ook niet te worden beoordeeld.
Verstrekken van gegevens (Verzoek onder I)
3.8.
Het verzoek tot (kort gezegd) het verstrekken van de door [verzoeker] genoemde gegevens wordt afgewezen. [verzoeker] heeft onvoldoende gesteld om tot de conclusie te komen dat hij daarbij (nog) enig belang heeft; de arbeidsovereenkomst is geëindigd en in deze procedure wordt vastgesteld dat Gemeente Rotterdam in het kader van dat einde niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dat evenmin sprake is van handelen in strijd met goed werkgeverschap. Voor de conclusie dat in de gegevens desondanks voor [verzoeker] relevante andere informatie te vinden zou kunnen zijn, heeft [verzoeker] geen enkel aanknopingspunt geboden.
Aanzegvergoeding (Verzoek onder II)
3.9.
Ook het verzoek tot toekenning van de aanzegvergoeding wordt afgewezen. Gemeente Rotterdam heeft een brief in het geding gebracht waarmee het einde van de arbeidsovereenkomst wordt aangezegd, evenals gegevens van PostNL waaruit blijkt dat die brief aangetekend is verzonden maar door [verzoeker] niet is opgehaald. Dat de brief geen datum bevat, is voor de kantonrechter in dit geval niet relevant; de PostNL gegevens laten wél een datum zien waarop de brief is verzonden en daaruit volgt dat verzending tijdig heeft plaatsgevonden.
Vakantiedagen en opstellen eindafrekening (verzoek onder III en IV)
3.10.
De niet-genoten vakantiedagen zijn op 14 januari 2026 uitbetaald. Dat deel van het verzoek wordt afgewezen. Die betaling heeft wel te laat plaatsgevonden, omdat de betaling op 30 oktober 2025 bij de eindafrekening gedaan had moeten zijn. Daarom is de wettelijke verhoging verschuldigd. De kantonrechter ziet geen reden die wettelijke verhoging te matigen, omdat uit de stukken blijkt dat de gemeente die betaling bewust zonder deugdelijke grond niet heeft verricht.
3.11.
Ook de vordering tot het opmaken van een eindafrekening waar deze gegevens op staan wordt toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding hieraan een dwangsom te verbinden.
Thuiswerkvergoeding (verzoek onder VI)
3.12.
De gevorderde thuiswerkvergoeding wordt afgewezen. Gemeente Rotterdam heeft immers onbetwist gesteld dat verzoeken om toekenning van die vergoeding binnen drie maanden moeten worden ingediend. Gesteld noch gebleken is dat [verzoeker] dat heeft gedaan en dat Gemeente Rotterdam desondanks niet heeft uitgekeerd.
Intern bericht (verzoek onder VII)
3.13.
Het verzoek tot rectificatie van interne berichten van Gemeente Rotterdam wordt afgewezen. [verzoeker] heeft onvoldoende concreet gemaakt welke interne berichten onjuist zouden zijn en waarom. Bovendien is de tekst van de rectificatie zodanig ruim geformuleerd, dat ook voor de lezer onduidelijk is over wie of over welke situatie het gaat en wat de reden is van rectificatie. Ten slotte is ook van belang dat de rectificatie die door [verzoeker] wordt gevraagd niet alleen hem raakt, maar ook collega’s uit de OR(SO). Bovendien is uit de gewisselde stukken en standpunten nu juist gebleken dat het conflict dat in die ORSO speelde complex is en vele kanten kent.
Proceskosten
3.14.
Omdat partijen over en weer (on)gelijk krijgen, zal de kantonrechter bepalen dat ieder de eigen proceskosten betaalt.
4.De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Gemeente Rotterdam tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2025 tot 14 januari 2026 over 347,14 niet genoten vakantieuren;
4.2.
veroordeelt Gemeente Rotterdam tot het opstellen en het verstrekken van een correcte eindafrekening, met deugdelijke bruto-netto specificatie, waarin alle verschuldigde bedragen conform de arbeidsovereenkomst en toepasselijke wet- en regelgeving zijn opgenomen;
4.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst de overige verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.