De ex-werknemer was in dienst bij het ziekenhuis als Vakman Techniek N4 en werd op staande voet ontslagen wegens verdenking van verduistering. Het ontslag werd later ingetrokken en de arbeidsovereenkomst beëindigd met wederzijds goedvinden per 1 oktober 2024, waarbij het loon doorbetaald zou worden tot die datum. De ex-werknemer vorderde betaling van achterstallig loon over juli tot en met september 2024, inclusief wettelijke verhoging, rente en buitengerechtelijke kosten, en teruggave van persoonlijke eigendommen.
Het ziekenhuis stelde dat de ex-werknemer onrechtmatig had gehandeld door goederen te verduisteren, privégebruik van de dienstauto te maken, een verkeersboete te veroorzaken, kosten van een frietkar onterecht te declareren en dat zij daardoor schade had geleden van €25.000. Het ziekenhuis had een deel van deze schade verrekend met het loon.
De kantonrechter oordeelde dat de ex-werknemer onrechtmatig had gehandeld. Camerabeelden en onderzoek toonden verduistering van nieuwe goederen aan, terwijl de ex-werknemer onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen over toestemming of gebruik van oude goederen. Ook was sprake van onrechtmatig privégebruik van de dienstauto en onrechtmatige declaraties. De schadeposten werden gedetailleerd vastgesteld en het ziekenhuis mocht deze verrekenen met het loon. Na verrekening bleef een bedrag van €11.541,99 verschuldigd door de ex-werknemer.
De loonvordering van de ex-werknemer werd afgewezen omdat het ziekenhuis reeds een groter bedrag had verrekend dan de vastgestelde schade. De gevorderde wettelijke verhoging, rente en kosten werden eveneens afgewezen. De ex-werknemer werd veroordeeld tot betaling van de resterende schadevergoeding en proceskosten. De vordering tot teruggave van persoonlijke eigendommen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.