De werknemer is sinds december 2021 in dienst bij Gemeente Rotterdam als Teamcoach bij afdeling [afdeling 1]. Na langdurige ziekte viel zij uit op 10 maart 2025. Tijdens haar re-integratie werd zij onder protest elders tewerkgesteld. Op 10 november 2025 meldde zij zich hersteld, maar de werkgever accepteerde dit aanvankelijk niet en stelde dat zij nog moest re-integreren in een ander taakcontingent. De bedrijfsarts bevestigde op 2 februari 2026 dat zij volledig was hersteld en de verzuimbegeleiding kon worden afgesloten.
De werknemer eiste in kort geding wedertewerkstelling in haar oorspronkelijke functie voor 36 uur per week. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht heeft op hervatting van haar bedongen arbeid, tenzij vaststaat dat dit niet mogelijk is. De werkgever mocht haar niet zonder instemming elders inzetten, omdat dit neerkomt op een eenzijdige functiewijziging zonder de vereiste voorwaarden.
Hoewel de werknemer sinds indiensttreding driemaal langdurig uitviel, was er geen sprake van disfunctioneren of een verbetertraject. De werkgever wilde een functioneringstraject en opleiding bij een andere afdeling, maar de werknemer betwistte de noodzaak daarvan en stelde dat het werk op die afdeling zwaarder en anders van aard is. De kantonrechter vond dat de werknemer niet zonder instemming kon worden overgeplaatst.
De eis tot wedertewerkstelling werd daarom toegewezen, met een spoedeisend belang. Er werd geen dwangsom opgelegd omdat de werkgever toezegde de uitspraak na te komen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van €1.257,67. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.