Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] , met bijlagen;
- het verweerschrift van [verweerster] , met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van mr. Pelswijk;
- de spreekaantekeningen van mr. Kloosterman.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De uitzendkracht werkte sinds april 2022 bij de werkgever en kreeg te horen dat haar tijdelijke contract niet werd verlengd per november 2025. Zij meldde zich ziek in oktober 2025 en werkte daarna niet meer. De werkgever sprak haar op 30 oktober 2025 op staande voet ontslag uit wegens vermeende werkweigering van 27 tot 30 oktober 2025.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet had bewezen dat de werknemer daadwerkelijk arbeidsgeschikt was in die periode. De werkgever kon slechts aannemen dat zij hersteld was, maar dat was niet vastgesteld. Het ontslag op staande voet hield daarom geen stand en werd vernietigd.
De werknemer had gekozen voor vernietiging van het ontslag en kon daardoor geen billijke vergoeding vorderen. Ook werd geen loon toegekend omdat de werknemer geen UWV-verklaring over haar ziekte had overlegd. Wel werd de transitievergoeding van €3.534,05 bruto toegekend, omdat het contract van rechtswege eindigde zonder ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding met wettelijke rente en de proceskosten van €811. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de transitievergoeding wordt toegekend, loon en billijke vergoeding worden afgewezen.