Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiseres 1] B.V.,
2. [eiseres 2],
1.[gedaagde 1] B.V.,2. [gedaagde 2] B.V.,
1.De zaak in het kort
[eiseres 1] heeft haar aandelen in [bedrijf] aan [gedaagde 1] verkocht. Na het sluiten van de koopovereenkomst zijn partijen in een juridische discussie verwikkeld geraakt, waarin [eiseressen] wordt verweten dat zij tekort zijn geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. [bedrijf] en [bedrijf] International hebben vervolgens conservatoire beslagen laten leggen voor hun uit het (gestelde) tekortschieten van [eiseressen] voortvloeiende vorderingen en zij zijn een bodemprocedure gestart. Tijdens die procedure is [bedrijf] failliet gegaan, waarna [gedaagde 2] de vorderingsrechten van [bedrijf] op [eiseressen] heeft overgenomen. De vorderingen van [gedaagden] op [eiseressen] zijn vervolgens in eerste aanleg afgewezen. [gedaagden] hebben hoger beroep ingesteld. Nadat eerder al een deel van de gelegde conservatoire beslagen in kort geding is opgeheven, willen [eiseressen] dat alle resterende conservatoire beslagen nu ook worden opgeheven. Dat vorderen [eiseressen] dan ook – kort gezegd – in deze zaak.
[gedaagden] voeren verweer. De voorzieningenrechter wijst een deel van de vorderingen van [eiseressen] toe. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.De procedure
- de dagvaarding van 13 april 2026, met bijlagen 1 tot en met 16;
- de aanvullende bijlagen 17 tot en met 24 van [eiseressen] ;
- de bijlage 1 van [gedaagden] ;
- de mondelinge behandeling op 7 mei 2026;
- de pleitnota van mr. Huijzer;
- de pleitaantekeningen van mr. Habermehl.
3.De vorderingen
- a) alle door [gedaagden] onder [eiseressen] gelegde beslagen op te heffen, althans [gedaagden] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle ten laste van [eiseressen] gelegde beslagen op te heffen en door te halen;
- b) [gedaagden] te veroordelen het depot onder Kooijman Autar schriftelijk vrij te geven aan [eiseres 2] ;
- c) [gedaagden] te verbieden opnieuw beslag te leggen onder [eiseressen] op basis van dezelfde vorderingen als de beslagen waar nu opheffing van wordt gevraagd;
- d) de veroordelingen onder (a), (b) en (c) ieder voor zich te versterken met een dwangsom van € 25.000,00 voor iedere dag dat [gedaagden] hieraan (binnen 48 uur na betekening) niet voldoen;
- e) [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding, het griffierecht en de advocaatkosten (en nakosten) daaronder begrepen.
4.De beoordeling
De voorzieningenrechter
de op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] en [bedrijf] ten laste van [eiseres 1] gelegde conservatoir derdenbeslagen onder de Coöperatieve Rabobank U.A., met rekeningnummers [rekeningnummer 1] (betaalrekening) en [rekeningnummer 2] (spaarrekening),
het op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] ten laste van [eiseres 2] gelegde conservatoir beslag op het recht van appartement, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente Rotterdam, [nummer 5] ,
het op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] ten laste van [eiseres 2] gelegde conservatoir beslag op het recht van appartement in [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente Rotterdam, [nummer 3] ,
het op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] ten laste van [eiseres 2] gelegde conservatoir beslag op de onroerende zaak in [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente Hellevoetsluis, [nummer 1] ,
het op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] ten laste van [eiseres 2] gelegde conservatoir derdenbeslag onder ABN AMRO Bank N.V.,
het op 24 oktober 2023 door [gedaagde 1] ten laste van [eiseres 2] gelegde conservatoir derdenbeslag onder ING Bank N.V.
Op de zitting is nog aan de orde gekomen dat voor vrijgave van het depot de medewerking van de curator nodig is, maar dat dit niet aan toewijzing van de onderhavige vordering in de weg staat omdat [eiseres 2] zich hiervan bewust is en zegt het risico te dragen van een onverhoopte weigering van de curator om mee te werken.
5.De beslissing
3349 / 1694